HET PAROOL

Vergeet het lijk even

24 MAART, DIEUWERTJE MERTENS

'Kijk jij wel eens naar je kutje?' vraagt Vikki haar beste vriendin. Ze wacht het antwoord niet af en gaat druk in de weer met een spiegeltje. Hoe de verhouding is tussen Vikki en de 'ik'-figuur, maakt de verteller al in de eerste zin duidelijk. In haar romandebuut Het wolfgetal doet dichter en archeoloog Laura van der Haar (1982) verslag van een vriendschap die langzaam ontspoort.

Je snapt wel waarom de ietwat kleurloze en onzekere verteller voor de onbevreesde en mysterieuze Vikki valt, die door haar burgerlijke ouders als 'probleemkind' wordt bestempeld; niet vreemd met een alcoholistische moeder die de hele dag laveloos in bed ligt. Vikki is de voortrekker en zij bepaalt. Volgens die wet worden de zaken door Vikki verdeeld: alcohol, peuken en jongens.

Als de meisjes naar verschillende middelbare scholen gaan, komt hun vriendschap onder druk te staan.

Het is niet de bedoeling dat de verteller bevriend raakt met klasgenoot Margje, dat maakt Vikki puberaal theatraal duidelijk. Als Margje niet meer thuiskomt, nadat ze gedrieën zijn uitgegaan, begint de vriendschap barstjes te vertonen.

Tussen de hoofdstukken door voert Van der Haar de lezer zinnetjes die de staat van een ontbindend waterlijk omschrijven. Ze lijken op het eerste gezicht rechtstreeks uit het rapport van een patholoog-anatoom te komen, maar de formuleringen verraden al snel dat dit waarschijnlijk niet het geval is ('wasvrouwenhuidvorming'). Ze hebben niet het gewenste effect: de lezer heeft te snel door wie het lijk en de vermoedelijke dader zijn en onderbrekingen vormen eerder ergerniswekkende struikelblokken dan dat ze iets toevoegen. Het is een nodeloze kunstgreep om spanning in een verhaal over een lamlendige jeugd in een nietszeggend dorp te brengen.

In andere opzichten is de roman wél geslaagd: wie Van der Haars blogs over hond Takkie kent, zal ook haar plezier in het zo precies mogelijk weergeven van ervaringen en gebeurtenissen herkennen, in de roman sterk gekleurd door de naïeve vertelstem. Samen met een bewust gekozen knullig of gedateerd (jarennegentig)vocabulaire, levert dat humoristische passages op. Ze schrijft heel beeldend: een stem die als limo door een rietje omhoogschiet, een moeder die koekoeksklokachtig vanachter een gordijn vandaan komt. Haar eigenzinnige en treffende beeldtaal past goed bij het beschouwende karakter van haar hoofdpersonage.

Bovendien weet ze als geen ander hoe ze het krachtige en kwetsbare equilibrium van een vriendschap tussen twee meisjes moet beschrijven. Dus: vergeet het lijk. Dit is een portret van een vriendschap die zo innig is, dat een verwijdering noodlottig is.