HARPER'S BAZAAR

VOOR DE WOLVEN

TALKING POINTS

door LIDDIE AUSTIN

 

Een nieuwe lente, een nieuwe Boekenweek, een nieuw geluid! Dat laatste komt deze maand van debutant Laura van der Haar (1982). Opgeleid als archeoloog won Van der Haar in 2012 het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam, ze publiceerde in 2014 de dichtbundel Bodemdrang en schrijft nu voor onder meer De Speld en Vice. Ook maakt ze de podcast Het Volkskrantgeluid. Zoals wel vaker bij debuten is haar nieuwe roman Het wolfgetal een coming of ageboek, ditmaal in de vorm van een toxicmeisjesvriendschap gegoten. En dat is een goede vorm, want is er voor een meisje in de puberteit iemand belangrijker dan haar beste vriendin?

De vertelster van het verhaal leert haar hartsvriendin op de basisschool kennen. De verhoudingen zijn van het begin af aan duidelijk: Vikki is de baas, de vertelster volgt. En dat doet ze met plezier, ook al is Vikki veeleisend, wispelturig en vaak domweg onaardig. Maar: ‘Alles wat zij zegt is heel erg waar, precies zo waar als iets maar waar kan zijn, meer waar nog dan een plus een is twee, want daar heb ik ook nog wel iets over te zeggen.’

We bevinden ons in de jaren negentig, in een plaatsje ergens aan de plassen. De meisjes zijn meestal bij Vikki thuis, waar haar spiritueel-angehauchte moeder doorgaans achter een gordijn zit te chanten of iets dergelijks, en ze hun gang kunnen gaan (lees: jenever drinken). De ontremde Vikki verlangt absolute trouw en devotie van haar vriendin. Maar hoezeer ze ook op de proef wordt gesteld, de vertelster kan op één ding rekenen: Vikki schrijft haar aan het einde van iedere dag een lief briefje. Margje, hun rijke klasgenootje, is een stuk minder spannend. Al heeft dit vijfde wiel aan de wagen ook haar aantrekkingskracht: ‘Bij haar hoef ik niet op mijn hoede te zijn als ze met een lieve stem iets vraagt, zij heeft gewoon een lieve stem.’ Vikki ziet in Margje – uiteraard – slechts een rivale.

Van kleine meisjes ontwikkelen ze zich tot full-blown pubers, Vikki uiteraard voorop, de vertelster er dapper achteraan. Vikki gaat naar Laura van der Haar de mavo, de vertelster laat zich onder protest – samen met Margje, wat niet het mooiste losmaakt bij Vikki – afvoeren naar het lyceum. De vertelsters ouders halen opgelucht adem: nu is ze tenminste los van die dominante Vikki. Maar daarin vergissen ze zich: buiten schooltijd zoeken de vriendinnen elkaar voortdurend op om te kletsen, te drinken, te roken en met jongens te klooien. Intussen haten ze alles en iedereen (Vikki maakt een uitzondering voor Hamka’s, Lambrusco, sigaretten en kaassoufflés, en de vertelster kan haar daarin, zoals in haast alles, alleen maar gelijk geven). Vaag hoort de vertelster haar ouders roepen dat het zo écht niet meer kan, zeggen dat ze niet álles hoeft te doen wat Vikki wil, haar iets vertellen over Vikki’s ‘gesteldheid’, maar het komt niet of nauwelijks binnen. En dan gaat het op een nacht onvermijdelijk mis – op vele fronten.

Laura van der Haar neemt de tijd om haar verhaal te vertellen en laat de beklemming geleidelijk oplopen. Ze weet duidelijk nog goed hoe het is om puber te zijn. Haar stijl is zelfverzekerd en soms grappig, vol zintuiglijke waarnemingen (een piemel is zo ‘hard als winegum’ – het zal wel even duren voordat ik die vergelijking ben vergeten). En zo wordt Het wolfgetaleen boek dat je in je gedachten onherroepelijk ook terugbrengt naar je eigen puberteit, je eigen relatie met je ouders in die periode, je eigen eerste ongemakkelijke seksuele ervaringen. Je eigen hartsvriendin.

‘Het wolfgetal’ van Laura van der Haar wordt uitgegeven door Podium