George psalmanazar

formosa.jpg
 
 

 

Ergens verspreid over de 17e en de 18e eeuw leefde een wonderbaarlijke man met de al even wonderbaarlijke naam George Psalmanazar, waar vrijwel niemand ooit van gehoord heeft, maar dat is niet zo raar want er is eigenlijk ook niets over George Psalmanazar bekend waarvan vaststaat dat het klopt. 

De man die we dus maar even George Psalmanazar blijven noemen moet in ieder geval ergens rond 1679 in Frankrijk zijn geboren, en zo ongeveer vanaf het moment dat hij kon praten verzon hij zichzelf steeds maar weer opnieuw. Op zijn zevende sprak hij vloeiend Latijn en niet veel later leerde hij zichzelf Engels aan, jatte een pelgrimsinsigne, vervalste een paspoort en deed zich voor als een Ierse pelgrim op doortocht naar Rome, geen idee waarom precies. Al gauw ontdekte hij echter dat er best veel mensen op de weg naar Rome bekend waren met de Ieren, waardoor ze zijn nepaccent doorzagen, dus koos hij maar voor een iets exotischer achtergrond, namelijk die van een Japanse bekeerling, een personage dat hij steeds verder uitdiepte door zich allerlei zogenaamd typische gewoonten van die zelfbedachte Japanse bekeerling aan te meten zoals rauw vlees met kardemom eten en rechtop in een stoel slapen in plaats van in een bed. 

Uiteindelijk bleek ook die Japanse vermomming niet waterdicht, dus verplaatste deze blonde beroepsbedrieger met de blauwe ogen zijn afkomst naar misschien wel de mooiste landnaam op aarde: Formosa, het eiland dat nu Taiwan is. George Psalmanazar beweerde direct ook de allereerste persoon vanuit Formosa in Europa te zijn, hij beweerde zelfs gekidnapt te zijn door Jezuïetenpriesters en zo van het eiland Formosa te zijn gesleept, waar zijn landgenoten op een dieet van kinderhartjes leefden. 

Om in zijn rol te blijven hield hij consequent een andere tijd en kalender aan dan die van het land waar hij verbleef, en voerde hij allerlei complexe rituelen uit om de planeten te aanbidden, zoals ze in Formosa gewoon waren te doen. Hij sprak zelfs een fabeltaal, waarvan hij ook het zelfverzonnen alfabet compleet had uitgewerkt (zie afbeelding), een alfabet waar alle geheimschriften van alle kinderen ooit bij verbleken als een Amerikaan op de nederwiet. Zijn ingenieuze alfabet bestaat uit 20 letters, die van rechts naar links geschreven moeten worden en een soort fantasiemix zijn tussen Hebreeuws, Grieks en onzin.

Maar daar bleef het niet bij voor de zogenaamde bekeerde heiden die zichzelf om ook al onnavolgbare redenen dus Psalmanazar noemde, want hij werkte door aan zijn parallelle universum en bracht in twee maanden tijd een volledig uit de duim gezogen “wetenschappelijk” werk uit over zijn Formosa, bijna driehonderd pagina’s over onder meer de lokale gebruiken, de geografie, de architectuur, het numerieke en het monetaire systeem, de gastronomie, de flora en fauna en het politiek-economische systeem. Allemaal nauwkeurige lulkoek. Een kalenderjaar op Formosa was bijvoorbeeld verdeeld in tien maanden: Dig, Damen, Analmen, Anioul, Dattibes, Dabes, Anaber, Nechem, Koriam en Turbam. Totale onzin dus. Alles beschreef hij tot op het kleinste nepdetail, zelfs de klederdracht van de mensen op zijn eiland, compleet met illustraties.

Op basis van dit (deels antropologische) standaardwerk werd hij weer op verschillende universiteiten uitgenodigd om lezingen te houden, onder meer bij de Royal Society, en zijn alfabet werd zelfs opgenomen in publicaties van internationale taalkundigen. Af en toe twijfelde er heus weleens iemand aan zijn verhalen, waarin de bevolking van Formosa bijvoorbeeld standaard naakt rondliep afgezien van een gouden plaat voor hun kruis, of dat ze jaarlijks 18.000 jongensharten offerden aan de goden en de overgebleven lichamen massaal opaten, wat overigens een van zijn weinige echte blunders is want 18.000 kinderen is best wel veel voor een relatief dunbevolkt eiland, maar hij weerlegde die weeffout in zijn geschrift weer door stellig te beweren dat alle mannen op Formosa meerdere vrouwen mochten hebben, waarbij zij ieder jaar ook steevast meerdere kinderen maakten. En ondertussen hun vreemdgaande vrouwen vermoordden door ze ondersteboven in de bomen te hangen en vervolgens te doorboren met pijlen. Psalmanazar (Psalmanazar!!) wist zich overal weer feilloos uit te lullen, iedere wantrouwende vraag pareerde hij met een nieuw weetje. Zijn iets te lichte huidskleur voor een Formosaïaan (??) verklaarde hij bijvoorbeeld door het “feit” dat hij, zoals de hele bovenklasse van Formosa eigenlijk, onder de grond woonde in ronde huizen en toen iemand hem uitgebreid ondervroeg over hoe laat de schemering op Formosa inviel en het tijdstip dat de zon bijvoorbeeld door de schoorstenen naar binnen scheen, verweerde hij zich met het “feit” dat alle schoorstenen op Formosa gebogen waren. Dus dat niemand daar ooit de zon door de schoorsteen had zien vallen.

De eerste druk van zijn boek verscheen in 1706, in het Engels, en de nog zeldzamer Franse editie werd op 17 mei geveild bij Zwiggelaar Auctions. Van Georges Psalmanazar is verder weinig bekend: elk spoor dat hem zou kunnen identificeren heeft hij perfect weten te maskeren. Het zal misschien wel voor altijd onbekend blijven waar hij geboren is en wanneer, wie zijn familie was en hoe George Psalmanazar nou echt heette. En dat is maar goed ook, want mooier wordt het waarschijnlijk niet.