gleuf

De woede die ik soms voel tegenover de veel te smalle en vooral veel te hard dichtklappende stalen gleuf van de papierbak is nergens mee te vergelijken. Helemaal als ik daar zoals vanochtend met zo’n onvermoeibaar stijfkartonnen doos al meerdere minuten in de volle zon op het duct tape waar de onderkant van die doos mee is ingezwachteld sta te zweten.
De papierbak staat schuin tegenover mijn huis. Recht tegenover het huis van mijn junkiebuur, waar hij met een wisselende samenstelling vrienden woont. De zon is zo hard en die doos is zo kut dat zelfs Takkie er geen vertrouwen meer in heeft want ze gaat erbij liggen, precies in de cirkel van gemorste drek op het traanplaat rond de naastgelegen afvalcontainer. Haar voorpootje rust op een hard ingedroogde sinaasappelschil en ik ga niet kijken waar haar pelsje op rust want het ruikt naar dood vermengd met de gootsteen van een buffetrestaurant.
Dus fuck die doos. Eerst de rest van mijn papieren. De rekening van mijn tandarts die na anderhalf uur wortelkanalen verzuchtte dat hij eigenlijk wel zin had in een gevulde koek en dat ik toch echt even stil moest blijven liggen want het maakte het er voor hem allemaal niet makkelijker op dat ik mijn naderende nekbreuk wat probeerde te verlichten door mijn hoofd een fractie te draaien. Hij was zo aan het kutten dat het niet één hele, maar twee halve wortelkanaalbehandelingen werden, verdeeld over meerdere uren in meerdere weken, zodat hij ze wel allebei lekker als volledig kon factureren hap slik weg in die hapgrage papiergleuf en gauw vergeten dat dat geld er ooit was.
‘Hee buurvrouw!’ Junkiebuur komt het portiek uitgeslenterd met in zijn hand een halfvolle fles likeur denk ik. Hij komt wel vaker naar buiten als ik net bij de papierbak de slechtste versie van mijzelf sta te zijn. ‘Hoe gaat-ie? Heeeee Soldaatje!’ Hij zet zijn fles neer op het smerige traanplaat en knielt naast Takkie in de drek.
‘Ja, wel oké, met jou?’
‘Kan beter dus, bedoel je?’ negeert hij mijn vraag.
‘Ja, eigenlijk wel.’
‘Maar het kan óók slechter!’
‘Haha, ja, dat dan ook wel weer.’ Ik druk de kranten waar ik alweer niet aan ben toegekomen door het venijnige staal klang klang klang je moet het zo zien te doen dat je de klep met het papier zelf een harde zet geeft zodat het er allemaal in één keer doorheen glijdt; niet te zacht zodat het papier blijft steken maar ook weer niet te hard zodat je het vel van je vingers schraapt wíe heeft dit bedacht? Wát is er mis met een rubberen strip?
‘Je hoeft niets terug te zeggen hoor; ik ga Soldaatje even aaien.’
‘Prima.’ Het is geen likeur, maar een fles olijfolie zie ik nu. “Extra vierge" is nog net op het oliedoordrenkte etiket te lezen. Ik druk het suffe tijdschrift - dat ik in tegenstelling tot al die kranten wel helemaal uit heb gelezen, inclusief de advertorial voor de workshop Mooi Zoals Je Bent waarbij je als je je daarvoor inschrijft voor honderd euro aan make-up cadeau krijgt - met een hele diepe zucht die venijnige gleuf in.
‘Kom maar!’ Junkiebuur springt op en neemt een stapel papier uit mijn handen. Meerdere enveloppen van de Postcode Loterij, die bruinhemden die ondanks mijn NEE/NEE-sticker én al mijn telefoontjes nog steeds iedere week grote geadresseerde enveloppen blijven sturen, de voorkant versierd met full color ballonnetjes en dan zo’n sjiek doorkijkruitje met mijn naam erachter. Ontbossing en mijn eeuwige haat is het enige wat ze hiermee ooit zullen bereiken.
‘Nee joh laat maar.’ Ik probeer mijn stapel post weer over te nemen maar junkiebuur gaat onverstoord verder met helpen. Af en toe houdt hij een verscheurde rekening even omhoog voordat hij het beheerst door de gleuf duwt. 
De boete omdat ik te laat was met het betalen van het eerste kwartaal omzetbelasting.
Twee boetes voor te hard rijden. Allebei op een tachtigkilometerweg en ja tachtig is ook alderbastend moeilijk in te schatten als er niemand voor je rijdt en de snelheidsmeter kapot is. 
De polisvoorwaarden van mijn doorlopende reisverzekering die de enige keer dat ik ooit schade heb geclaimd - namelijk de fiets van mijn tante omdat ik ermee over de kop was geslagen op vakantie en met mijn borstbeen het in de fiets geïntegreerde voorlicht had afgebroken - niet vergoedde omdat ik op het huis van die tante paste en niet in een hotel sliep en als je niet voor je overnachting hebt betaald is het volgens de verzekeringsvoorwaarden geen vakantie.
‘Neeeee serieus kom maar.’ Ik pak de stapel uit zijn handen want ik weet zeker dat er nog veel gênantere paperassen aan zitten te komen. Die papierbak zou een grote walmende papieroven moeten zijn waar je alles direct voor je neus voorgoed weg kunt zien fikken.
‘Écht mooi weer hè?’ zegt junkiebuur en duwt mijn stapel to-do-lijstjes richting Stichting Papier Recycling Nederland. Veel to-do’s zijn nog niet afgestreept maar die vellen lagen al zo lang op mijn bureau dat ik niet eens meer weet wat ik met sommige punten bedoelde. Kratjes? Kratjes wat?
‘Supermooi. Ga je wat leuks doen?’
Hij bukt richting de fles olijfolie en grist hem met zo’n vaart van het smerige traanplaat dat ook Takkie direct rechtop staat. ‘Dit smeren!’ Als Mr. Muscle steekt hij de fles met gestrekte arm naar voren.
‘Smeren?’
‘Ik ga me he-le-maal insmeren! En dan de hele dag in de zon liggen.’
‘Wow.’
‘Ja. Ruik maar.’ De vette opening van de flessenhals drukt al tegen mijn neus en ik moet ineens aan de Groene Meisjes denken of hoe heten die gorgelende gezondheidsbaretten.
‘Ruikt wel eh…. gezond?’
‘Ja! Ik neem ook af en toe een slok.’ Hij lijkt heel content met zijn plan.
‘Oké, oké. Geniet ervan,’ zeg ik daarom maar.
‘Jij ook hè buurvrouw?’ Hij proost de fles olijfolie even in de lucht. ‘En onthouden hè? Het kan ook slechter.’ En weg is-ie weer.