glorie

Met de klok mee: een leuke collage van mijn meest glorieuze momenten in de afgelopen 72 uur!

DONDERDAG
Bevangen door de eerste lentedagen naar het tuincentrum gefietst voor een krat vrolijke balkonbloempjes. 
Drie nachtvorsten later: allemaal dood.

VRIJDAG
Waar doet het pijn? 
Overal. 
Doet dit pijn? De tandarts drukt zijn vinger naast mijn oog.
Ja. 
Dit? Vinger tegen mijn slaap.
Ja. 
Ga maar even liggen. 
Oké. 
Doet dit ook pijn? Vinger in mijn mond.
Wa. 
Dit? Achter in mijn mond.
Wa. 
Nog steeds? 
Waaaaaa. 
Godallejezus, jij hebt geen geluk. O? Je kaakbot is ontwricht. O. En je verstandskiezen groeien he-le-maal verkeerd. O wee! Maar die zijn de minste van je problemen. O. Voel je dit? Wa. Dan gaat dit even flink pijn doen. O-é. En voel je dit? Wa. Hier moeten we onmiddellijk wat aan doen. Je kauwspier is overbelast. O? En je bijholten zitten verstopt, dat zorgt voor nog meer druk. O. En daardoor heb je dus een kaakontsteking. O! En je hebt een joekel van een gat in je kies Saar kom eens kijken! Dit gebeurt er dus als je echt hard knarst. Even je mond iets verder open nu. O-é. Dit ga je weer voelen hoor. O-é. Iets verder open nog, dit hier is chloor dat wil je niet in je keel. Wee. Jij hebt vroeger een beugeltje gehad, nietwaar? Wa. Dat was dan mooi prutswerk. O. Niet schrikken hoor, het is een beetje een bloedbad aan het worden. Wa-woe-u-ang? Wablief? Wat doet u dan? Spoedwortelkanaaltje. WAWWE?!?! Zeg je afspraken voor vandaag maar af. Maa….. De klem Saar! Nu nu nu! Ja hup sneller een beetje Saar oh jee… ja oké nouja goed. Volgende week gaan we verder. Weddew?!?!!! Wablief? Vérder?!?!!! Jazeker want we zijn nog maar net begonnen, rooster d’r maar een paar uur voor vrij. Gaan we gelijk een knarsplaatje voor je aanmeten. Oh en probeer je kauwmomenten tot anderhalf uur per dag te beperken ja oké nou toppie de rekening komt gewoon automatisch naar je toe doe-hoeiiiiiiii!

MAANDAG
Takkie één uurtje bos beloofd, als lunchpauze-uitje.
Eerste tussenstop: fwumpumpupummmmmpfffffffft auto dood. 
Heel veel uren later, heel veel euro’s armer: wegenwachtgeel op mijn netvlies, nul bomen.

VANOCHTEND
Fiets voor CS geparkeerd, trein naar Den Bosch gepakt. Werk gedaan, Bossche Bol gekocht bij de enige echte Jan de Groot en amper vier uurtjes later weer op het zonnige CS. Fiets weg. Maar….. de zon schijnt en zelfs de goden zijn vrolijk want fietslief staat gewoon nog naast me, weliswaar op de vrachtwagen van de handhavingsnazi’s maar ik kan hem nog aanraken! Dolblij naar één van die fietsmasochisten met zijn slijptol gehuppeld: heeeee wat grappig, die daar is de mijne, net op tijd gelukkig, mag ik hem pakken? Nee. Hoezo niet? Dat kan niet. Dat kan heus wel want dit is hem gewoon (Bossche bol vast in mijn mandje). Mevrouw u mag niet aan de fietsen zitten. Maar dit is mijn eigen fiets! Maakt niet uit. Wilt u hem dan voor me pakken? Nee. Waarom niet? Dat mag alleen als het de laatste in de rij is. Maar het is de twee na laatste! Ja dus mag het niet. Pak ik hem zelf wel. Mag ook niet. Waarom niet? Verzekeringen. Ik geef jou niet de schuld als ik mijn enkel breek echt beloofd. Toch gaat het niet gebeuren. En nu? Over een paar uur kun je hem ophalen bij het fietsdepot. Neeeeeeeeee niet het fietsdepot neeeeeee hij stond gewoon netjes in het rek! Ja dat is dan pech. Doe het dan voor mijn hondje! …… Die is al vier uur alleen thuis! ……. Ze heet Takkie! ……. Meneer!!! Boem klep dicht motor aan vrachtwagen weg mét mijn fiets én de enige echte Bossche bol van Jan de Groot verdomme.

Takkie lopend opgehaald en besloten om maar naar dat godvergeten fietsdepot duizend kilometer verderop te gaan joggen omdat er geen enkele andere manier is daar te komen. En ook om mijn woede alvast een beetje kwijt te raken en niet een van die kansloze bloedhonden daar uit te gaan schelden want die kunnen er natuurlijk ook niets aan doen dat ze van de duizendmiljoen mogelijke plekken op de arbeidsmarkt juist die bij dat sadistendepot hebben uitgekozen én ook omdat het een hartstikke mooie dag is die een paar bruinhemden met een slijptol niet zullen verpesten.

Bij de balie als een boer met vet veel kiespijn geglimlacht naar de nazi achter haar nazicomputer dat ik mijn fiets terug wil. 
Merk? 
Weet niet, gewoon groen en supermooi. 
Waar is-ie meegenomen? 
Pal voor mijn neus! Net! 
Is het dees hier op de foto? 
Ja! 
Loop maar met hem mee. 

De jongen die mijn fiets pakt weet niet hoeveel fietsen ze hier per dag binnenslepen. Boeit hem ook niks aan zijn schouders te zien. Een van zijn zeventien collega’s in de loods waar allemaal rode vlaggen wapperen met daarop de drie kruisen van Amsterdam gevolgd door een hartje en daarachter een pictogram van een fiets weet het wel: minstens vijfhonderd. CAN YOU FEEL IT staat er op een groot neongeel bord achter hem aan de muur. 
Hee, mijn wiel loopt ineens aan! Ja, pech. Hoezo pech? Gewoon, pech. En waar is die Bossche bol gebleven die net nog in het mandje lag? Die watte? Een gebakje in een wit doosje? Ja, ook pech. En nu? Nu moet u wachten. Waarop? Tot de fiets uit het computersysteem is, dat is dan €22,50 asteblief. Huhsorrywat? Tweeëntwintig vijftig asteblief. Dus ik moet nu betalen? Hm-mm. Voor mijn eigen fiets? Hm-mm. Die jullie kapot hebben gemaakt? Waar ik al vier uur achteraan ren zonder de enige echte Bossche bol van Jan de Groot als beloning? Hm-mm. Ja Dikke Harry voor je, hier met die fiets. 

Mevrouw! Maar dit kan niet!
Moet je opletten.
Niet wegfietsen! Hier blijven!
Doe-hoeiiiiii. 
Mevrouw! Mevrouw mevrouw mevrouuuuuuuw u moet betalen!!!!! Dit wordt gefilmd hoor! 
Hopelijk staat die middelvinger er dan goed op.