Vetcoolblue

Eergisteren. Twee jongens van CoolBlue (“alles voor een glimlach”) leveren mijn nieuwe wasmachine. Jongen 1 (gouden voortanden, tatoeages op zijn handen, hals en gezicht): mag ik iets geks vragen mevrouw?
Ja tuurlijk.
Heeft u een kleine rooie Daihatsu?
Nee hoezo?
Toen u net op de speaker stond gokten we allebei op die rooie Daihatsu. Dat die bij uw stem hoorde. Mijn naam is Virgil trouwens.
Laura. Nee die is van mijn buurvrouw.
Oh, jammer.
Jongen 2 (ook tatoeages op handen, hals en gezicht maar geen gouden tanden) wanneer Takkie met haar touw op hem af stuift: ooooooooh wat een schattig hondje! Hee hondje! Hee hondje hondje hondje wil jij spelen? Ja hè hondje? Hier mevrouw dit zijn de transportbouten, voor als u nog eens gaat verhuizen. Mijn moeder heeft er ook zo één oooooh wat is-ie lief!

Nu net. Twee andere jongens van CoolBlue (“alles voor een glimlach”) komen de helaas defecte wasmachine omruilen. Jongen 1 (alweer tatoeages op zijn handen, hals en gezicht en ditmaal maar één gouden tand): wat heeft u mooie muziek op staan mevrouw! Wie zijn dit?
Oeh weet ik niet, het is gewoon Radio 4. 
Shit. Ik heet Ricardo trouwens. Gaan ze nog omroepen wie het zijn?
Soms. Weet ik eigenlijk niet. Laura. Wacht, ik zoek anders de playlist wel even op.… het is een orgelconcert van Händel!
Ok, ok, top mevrouw, dank u wel hoor.
Jongen 2 (volgens het voortreffelijke wervingsbeleid van CoolBlue uiteraard met tatoeages op handen, hals en gezicht) wanneer Takkie met haar touw op hem af stuift: ooooooooh wat een leuk beessie!! Hee beessie! Heb jij een cadeautje voor me? Tegen mij: dit zijn de transportbouten, die zijn voor u. Is het een mixie? 
Ja.
Dacht ik al. Mijn moeder heb d’r ook zo één.