de jongen die mijn fiets jatte

Altijd sneu om zoiets achteraf te zeggen, maar vanaf het moment dat mijn fiets gejat was wíst ik gewoon dat ik, als ik maar goed genoeg op zou letten, hem terug zou gaan vinden. Ik heb daar zelfs bewijs voor want nadat ik alle goden had aangeroepen met geslachtsdelen en ziektes was dat ook het eerste wat ik tegen Peter zei: ik ga die fiets terugvinden let maar op. Misschien is het een familiedingetje, want toen ik een jaar of vier of vijf of zes of zoiets kleuterigs was en de franjes nog aan de handvatten van de Loekie-fiets zaten die ik voor mijn verjaardag had gekregen, werd die fiets gejat. Ik weet echt niet meer hoe oud ik precies was maar nog wel heel precies dat ik me niets ergers voor kon stellen dan dat mooie blauwe fietsje met de spaakkralen en de knijper aan het spatbord dat ’s nachts in zijn eentje buiten stond, in de regen, en mijn tranen moeten hartverscheurend zijn geweest want mijn vader zwoer direct dat hij hem voor me terug ging halen. Huilend viel ik in slaap, maar diezelfde nacht nog schudde mijn vader me wakker en fluisterde Laura, Laura, hou je ogen even dicht want ik ga nu de lamp aandoen en ik deed mijn ogen dicht en mijn vader deed de lamp aan en ik moest eerst een paar keer knipperen om mijn ogen aan het felle licht te laten wennen en daarna moest ik nog veel vaker knipperen om te geloven wat mijn ogen me lieten zien, namelijk mijn blauwe Loekie-fiets met de franjes aan de handvatten, gewoon op het tapijt in mijn slaapkamer. Volgens de Van der Haar-overlevering kreeg mijn vader na mijn tranenstortvloed een visioen, namelijk dat hij, als hij maar hard genoeg zou zoeken, mijn fietsje terug zou vinden. Dus hij trok zijn jas aan en liep 's nachts de wijk in en keek in iedere tuin, spiekte door de ruit van ieder schuurtje, gluurde bij alle buren en de buren van de buren hij keek bij iedereen in de hal, stroopte ieder steegje en poortje en portiekje af tot hij, niet eens tot zijn eigen verbazing, Loekie bij iemand achter de schutting zag staan. In het pikkedonker klom hij eroverheen, greep mijn fietsje met de gekleurde spaakkralen en droeg het rechtstreeks naar mijn kinderkamer om mij wakker te schudden en me voor de tweede keer in mijn leven het beste cadeau ooit te geven.

En nu een kleine dertig jaar later mijn fiets total loss was gereden en ik uit wanhoop maar gelijk een nieuwe kocht, als pleister op de wonde was dat gelukkig een meer dan puike fiets waar ik zo blij mee was dat ik mezelf erop betrapte dat ik voortdurend fluitend op die fiets zat, moest ik ook bijna huilen toen díe fiets vorige week gejat bleek. Vooral om mijn eigen naïviteit, want ik geloofde heilig in de sociale controle van mijn blok en durfde te zweren dat niemand hier een fiets zou jatten, dus zette ik hem niet vast aan de lantaarnpaal maar gewoon onder mijn balkon op het trottoir zoals ik al jaren deed en was compleet verbaasd toen mijn nieuwe fiets in week één al weg was.

Maar ik wist gewoon dat ik hem terug zou krijgen, met een arendsoog speurde ik daarom de afgelopen week naar mijn groene fiets, die zou direct oplichten zodra hij in mijn radar verscheen en ik verheugde me al op de hoeken en de high kicks waarmee ik de bestuurder er vanaf zou beuken, tot ik gisteravond via de buurt-tamtam ineens getipt werd dat er een paar deuren verderop een groene fiets in de berging gesignaleerd was, volgens andere buren was het zeker weten de fiets van ‘dat meisje met haar hondje’ en ik wist eigenlijk direct welke berging ze bedoelden want er was al die tijd al het sluimerende vermoeden dat ik tegenover mijzelf niet had willen toegeven, namelijk dat de junkiebuurjongen een paar deuren verderop erachter zat. We kennen elkaar immers al jaren en maken altijd een praatje, als ik vraag hoe het gaat zegt hij ik blijf het elke dag proberen buurvrouw, hij speelt altijd even met Takkie en noemt haar Soldaatje, ik wilde gewoon niet geloven dat híj het was, supernaïef natuurlijk want een junk berooft zijn eigen moeder nog, en nu kon ik er niet echt meer omheen.

Ik belde twaalf keer aan voordat T, laat ik hem maar even T noemen, opendeed. Buurman zei ik, alles goed en wel, maar jij hebt per ongeluk mijn fiets gejat.

Wow absoluut niet! riep hij en zijn ogen leken oprecht ik zou hem direct geloven maar ik moest doorzetten dus ik zei T, wat je verder doet moet je zelf weten, maar van de spullen van je buren blijf je af, je bent te ver gegaan nu.

Ik heb echt je fiets niet gejat! riep hij en knipperde zijn dope-ogen open, echt niet, hij huilde bijna, ik zou nooit jouw fiets jatten stamelde hij en verdomme ik geloofde hem, ware het niet dat mijn fiets hier gestaan had.

Geen gelul nu T, perste ik eruit, die groene fiets die hier beneden in jouw berging stond, en toen ik het woord ‘groen’ zei trok hij zelf groen weg, jij had toch een zwarte? piepte hij.

Ja zei ik, tot die vorige week ineens total loss was dus toen kocht ik een nieuwe, een groene, daarom ben ik nu ook zo fucking pissig.

Met een mandje? stamelde hij en ik knikte, ja, een mandje voor Soldaatje, en om beurten beschreven we mijn fiets, met het perfect gespoten frame inderdaad, ja grijsgroen, en toen formuleerde T een verhaal waarvan ik mezelf opdroeg het maar gewoon te geloven want ook al had die jongen mijn fiets gejat, ik had ineens zo met hem te doen. ….gevonden in de bosjes… even in het trappenhuis… even in de berging gezet… even naar een andere plek gebracht…

Kan me allemaal niets schelen probeerde ik mijn boosheid vol te houden, maar ik moet die fiets terug.

Jij krijgt die fiets terug zei hij ineens monter, beloofd, ik ga het NU regelen en hij trok zijn capuchon over zijn hoofd en sprintte weg, het donker in.

Ik had al eerder goede ervaringen met zulke beloftes, dus ik kon me gisteravond nergens meer op concentreren omdat ik ieder moment de deurbel verwachtte en dat T dan met mijn fiets beneden zou staan en veertig minuten later ging de bel inderdaad, het was T, loop even mee zei hij dus ik liep mee, om het blok heen, waar gaan we heen? vroeg ik, wacht maar af zei hij, we gingen linksaf en nog een keer links, naar de grote fietsenrekken en daar stond mijn nieuwe groene fiets, nog bijna helemaal nieuw alleen met het slot nog heet van de slijptol.

Ik sta hier te trillen van verdriet weet je omdat je zo boos bent zei T bedremmeld, het zweet gutste van zijn voorhoofd …ik heb hem gevonden… ik heb hem van iemand gekregen… ik… sorry Laura zei hij, sorry, niet omdat ik hem gejat heb hoor voegde hij er vlug aan toe, echt niet ik heb vandaag geld verdiend daarvan ga ik een nieuw slot voor je kopen, ik was vandaag in Heemskerk ben je weleens in Heemskerk geweest vroeg hij, daar wonen alleen maar ontzettend nette mensen, ik geef je geld voor de fietsenmaker, echt waar ik geef je al het geld dat je nodig hebt ik zorg dat er nooit meer iets met je fiets gebeurt.

En toen zei ik zand erover, ik hoef geen geld ik ben allang blij dat mijn fiets weer terug is en nu ben ik dus niet eens pissig omdat mijn slot stuk is, maar heb ik vreselijk medelijden met degene die dat gedaan heeft en ik weet niet of mijn hart daarmee op de goede plek zit of dat ik echt een enorme weke kneus ben.