nee

In bed liggen.
Eigenlijk al best een poos slapen.
Op je rug, pikkedonker. 
Iets redelijk groots over je buik voelen kruipen.
Het in een slaapreflex oppakken en hard van je af gooien.
De TIK-tets die dat maakt ergens wel registreren. 
TIK tegen het hout van de wand. 
Tets op het linoleum van de vloer.
Daarvan met terugwerkende kracht klaarwakker schrikken.
OH ZOETE JEZUS OH GODALLEJEZUS denken.
Nee nee nee nee neeeeeeeeeeeeeeeeeeee denken.
Echt nee denken. 
Dit is zo ontzettend niet waar denken.
Vermanend denken: dit droomde je gewoon hoor je?!
Je droomt altijd hyperrealistisch blijven mantra-en.
Je afvragen of je met een hartslag van 187 ooit nog in slaap zult kunnen vallen.
Die vraag diezelfde nacht nog lijfelijk bevestigen.
Ontwaken zonder nog aan TIK-tets te denken.
Ontbijten, koffie drinken, lange boswandeling maken.
Onderweg aan een bultje op je buik krabben.
Bultjeopjebuikbultjeopjebuikbultjeopjebuik rechtsomkeert maken.
Naar het boshutje terug snelwandelen. 
Daar de gooirichting reconstrueren.
Op die plek naast het bed kijken.
En dan dít vinden.
Mama.