asteblief

Een reusachtige en ook stekeblinde man komt het terras op gewandeld en zwiept met zijn blindenstok tegen alle tafeltjes. 
Is deze vrij? vraagt hij aan de lucht en mept hard tegen de kuiten van een jong meisje. 
Au! 
Nee dus. Deze? Hij tikt tegen een stoelpoot.
Geen antwoord. 
Ja deze is vrij zegt hij tevreden en laat zich heel langzaam zakken. Met zijn vingertoppen betast hij het tafeltje zoals sommigen hun minnares betasten. Heel zachtjes strijkt hij over de nepplant en zegt: aaah bloemkes. Dan bevoelt hij het windlicht en zegt: ah welja. En dan de asbak, met zijn vingers roert hij even stevig in de asbak en verzucht dan tegen iedereen en tegen niemand dat hij daar inderdaad naar op zoek was goddank he. 
Wat mag het wezen voor meneer? vraagt de ober die alles op het tafeltje uit automatisme weer herschikt en daardoor van de door de reusachtige en stekeblinde man vastgestelde plek wegschuift. 
Een Pepsi Max asteblief zegt de blinde man en tikt zijn sigaret netjes af op het tafelkleed. Hij klapt zijn uitvouwbare rood met witte stok in, legt hem binnen handbereik op het tafeltje en rommelt in de binnenzak van zijn colbert met opzetstukken, waar hij een reep witte chocolade met butterscotch uit opdiept. Daar breekt hij een stuk van vier blokjes vanaf en stopt dat in zijn mond zoals alleen stekeblinden of kleine kinderen of mensen met heel erg veel honger dat kunnen, namelijk met twee handen tegelijk. De reep is verorberd voordat de Pepsi Max er is. 
Heerlijk, zegt hij een paar keer tegen iedereen en tegen niemand en tegen de lucht. 
Lifegoal: elke dag proberen te pakken zoals deze man hem pakt.