Kater/Sweet Flypaper of Life

Het schild dat ik hier optrek om te voorkomen dat mijn katerhoofd op jammerlijke wijze wordt vastgelegd is in verhouding tot dat katerhoofd precies omgekeerd evenredig wél totaal de moeite waard, het is echt een ongelooflijk mooi werk over het leven in het Harlem van de jaren vijftig en tegelijk een fictief familiefotoalbum en tegelijk ook de perfecte poëtische reportage waar ik het liefst de hele dag doorheen wil blijven dwalen ware het niet dat ik nu met twee grote rugzakken, één klein hondje en een gigantische zonnebril in de trein naar Superboerenland zit en heel erg hoop dat het me lukt om die twee rugzakken én dat hondje én die bril, die op het moment allemaal evenveel waarde voor me hebben vooral die bril eigenlijk, heelhuids in 0314 te krijgen maar aangezien ik gisterochtend ook al met een paraplu de deur uit ging en na zeven etablissementen, meerdere én verschillende alcoholische eenheden en bijna twintig uur later er toch in slaagde om zelfs die paraplu weer heelhuids thuis te brengen heb ik nu redelijk goede moed. Ook omdat de dame van de Albron-catering me net vroeg of ik koffie of thee wilde en ze toen ik niets hoefde vroeg of ik dat echt zeker wist en ik me heel even afvroeg of ze nou bedoelde dat mijn katerhoofd echt een kop koffie tot zich zou moeten nemen omdat ik daar het hele treinstel een gunst mee zou doen, maar ze zei ach wat jammer maarja dan blijf ik gewoon nog lekker even hier hangen om je hond te aaien en de man tegenover me, die een best wel heftig ruikend zakje cheese onion-chips opentrekt, vraagt met een hoog stemmetje aan Takkie of ze vandaag lekker mee mag in de trein. Ja, antwoord ik met een gewone katerstem. En mag jij dan niet lekker los door de trein rennen? kirt hij naar Takkie en Takkie kwispelt alleen maar dus ik moet voor madammeke uitleggen dat ze dan waarschijnlijk nooit meer terugkomt en dat ik toch echt voornemens ben om mijn twee tassen en mijn zonnebril en mijn hond vandaag niet kwijt te raken en Takkie vindt hem supersupersuperaardig door die zak stinkchips, dus nu zitten ze keihard met elkaar te spelen en de man joelt steeds harder tegen haar, je moet je nageltjes knippen! kirt hij nu luidkeels, je moet je nageltjes knippen je moet je nageltjes knippen! en ik mompel oh ja? en als Takkie dan uitgebreid zijn onderarm begint te likken zegt hij ja dat is zweet hè? Dat vind jij lekker hè? Lekker zweet hè? en ik besluit dat ik hem vanaf dit punt mag negeren, tot hij aan Takkie vraagt of zij er ook in Nijmegen uit moet en die vieze gore Stinktakkie zegt nog steeds niks en kwispelt bijna mijn telefoon uit mijn handen als ik zeg nee in Arnhem en ineens in totale paniek naar buiten kijk of ik het station dan per ongeluk gemist heb, maar de man vertelt Takkie dat we eerst Wolfheze nog voorbij moeten en dat we dan over vijf minuutjes in Arnhem zijn. Mits er niemand voor springt hè? kirt hij weer, ja hè, als er maar niemand voor springt hè? Ja hè? Want dat doen ze hier altijd hè? Ja hè! Dat doen ze hier altijd, even wachten, ja precieeeeeeeeeeeees híer! Maar vandaag niet hè? Nee! Vandaag niet hè? 
En vanuit aansluiting nummer twee, een Superboerentrein die serieus ik zweer het op mijn dood plus die van Takkie de naam ‘SPURT’ draagt met als subtitel ‘Dames Jolink', nog heel even over dat legendarische boek dat mijn hoofd toch maar mooi heeft behoed voor heel veel onfortuinlijke pixels: het heet ‘The Sweet Flypaper of Life’ en is gemaakt door twee Afro-Amerikaanse kunstenaars en op elke pagina staat een waanzinnig mooie foto met een waanzinnig mooi onderschrift zoals deze bijvoorbeeld:
"One of Jerry's faults is, he don't come home every night. Long as Jerry brings his wages home, he don't always have to bring himself. And when he does come home - well, I do believe Melinda is getting ready to populate the colored race again.”
Nou ok dat was het hold oe kreggel en ajo hè.