doodlopen

Vanochtend probeerde ik een kleine boswandeling te maken en wat zo fijn is aan een smartphone is dat je dan overal gecontroleerd kunt verdwalen en verdwalen is het allerbeste: gewoon even in Google Maps een labeltje droppen met de naam ‘fiets’ - ook handig op kroegentocht bijvoorbeeld, mits je de oude labels met de naam ‘fiets’ verwijdert, want voor je het weet sta je te liften naar dat ene bankje naast de drooggevallen beek middenin de Kruisbergse Bossen waar ik vanochtend dus mijn label dropte met het plan om echt een klein wandelingetje te maken maar omdat het zo suikerspinnenzoet naar dennenhars rook dwaalde ik blind verder, ik had een smartphone per slot van rekening, maar precies nadat ik een foto maakte van een ander bankje, dat mijn liefde voor de Achterhoek perfect samenvatte, viel ineens die telefoon uit en het enige wat ik toen nog wist was dat mijn fiets ergens in het bos naast een drooggevallen beek stond. En dat Takkie zo’n dorst had. 
Ik ken dat bos ongeveer als de broekzak van mijn shorts die ik vorige zomer voor het laatst droeg en waarvan ik me niet meer kon herinneren dat er nog een tot karton gewassen zakdoekje in zat - naast mijn fietssleutel en die kansloze telefoon ook gelijk het enige, dus ik liep gauw verder en de zon werd heter en Takkie’s tong sleepte over het zandpad en ik weet niet hoe maar uiteindelijk liepen we op de provinciale weg en toen de zon recht boven ons stond zag ik een antiek geasfalteerd weggetje waarvan ik bedacht dat dat vast een shortcut zou zijn, maar na 500 meter antiek geasfalteerd weggetje bleek het een begraafplaats, misschien is er een achteruitgang dacht ik nog, over zulk soort logica is ook een theorie geloof ik, dat hoe meer je investeert hoe moeilijker terugkeren wordt, bovendien was hier schaduw en kon Takkie weer los ware het niet dat naast een van de oude graven een konijn zat dat weghupte toen het Takkie zag, die er direct achteraan schoot, dwars door de verroeste gietijzeren hekjes over de grafzerken en ik ging daar weer op respectvolle topsnelheid achteraan, over het kronkelpad tussen de monumentale bomen helemaal naar het einde van de begraafplaats waar ik op een diepverscholen plek tegen een oude man met een dooie hyacint in zijn hand opbotste.
Oh sorry meneer! Ik dacht dat ik er hier uit kon! Takkie en ik hijgen allebei evenhard.
Nee, het loopt hier dood!
Letterlijk zelfs zeg ik en gelijk daarna sorry, want die dooie hyacint stond zo te zien eerst op het graf voor mijn voeten, maar gelukkig kan hij erom lachen dus ik vraag hoe ik bij dat ene bankje kom naast die drooggevallen beek en met nog wat extra elementen (in de buurt stond het bordje ‘Hummelse Honing’) weten we samen de plek te reconstrueren: ik moet bij een ingezakte schuur links, verderop de Heksenplas voorbij en ook de crossbaan en dan rechtdoor. Dat is ja nog een beste stiefel hoor!
Geeft niets zeg ik, en ook dat het hier echt een mooie plek is.
Ja, dat is mijn vrouw. Hij wijst met de dooie hyacint op het laatste graf. Ik ken ze hier allemaal zegt hij, kijk dat is Annemiek, je komt straks langs haar huis.
Ok.
En dat zijn mijn broers en verderop liggen mijn ouders, die hebben d’r violen op.
Het is echt een prachtige plek zeg ik nog eens en hij verzucht dat het wel duurder is dan op de gemeentebegraafplaats want het is hier van de kerk. Het loopt niet bepaald storm, zegt hij. Gelukkig maar, zeg ik en hij zegt joooooooo ten afscheid en weer terug op de provinciale weg dendert Joke’s Gebakkraam uit Pothoven op een dieplader voorbij en na heel lang verdersjokken zijn we volgens mij inderdaad op de crossbaan want Takkie slobbert een klein laagje water uit een bandenspoor, de parelmoerglans van de motorolie houdt mij tegen om dat ook te gaan doen en als er dan een soort Bennie Jolink-achtige man met een herdershond plus een wandelstok uit de bosjes van het bos tevoorschijn komt vraag ik hem of hij misschien de weg weet naar dat ene bankje naast de drooggevallen beek en hij weet het onmiddellijk, díe kant op zegt hij met zijn wandelstok, maar uutkiek'n he?
Waarvoor?
Hij richt de wandelstok op de houtwal in de verte. Roofvogels!
Ik neem aan dat hij op het konijnformaat van Takkie doelt, maar hij zegt dat de roofvogels precies daar waar ik langsmoet nu hun nesten hebben, en voorbijgangers weergaloos aanvallen.
Pikken ze dan?
Pikken krabben alles, dan kun jij mooi langs de dokter. Dus ajje een waarschuwingsbord ziet: direct omkeren!
En het is zo heet en ik heb zo’n dorst en Takkie is zo moe maar ze heeft ook in een dood kikkertje liggen rollen dus die ga ik niet dragen en dit wordt een veeeeeeeel te lange longread dus: vijf uur later thuis niet gepikt wel verbrand vetlater jooooooooooo