Boppie

Ik pas even op het huis van mijn moeder en in deze muisstille provinciewijk eindigen alle straatnamen op -mate, -dreef of -veld. De overige planologische elementen heten Zuwe, Wingerd en Bongerd en net toen ik gisteravond tussen de Bongerd en de Broeklanden in bed lag met het plan om lekker lang te gaan lezen was er ineens iets of iemand kwijt en het enige waar ik me toen nog op kon concentreren was ook precies het enige wat ik hoorde: Boppie! Boppieeee! Boooooooooooop-pie! 
Degene die Boppie zoekt komt hoorbaar dichterbij en onder het kantelraam waarachter ik met het boek voor mijn borst geklemd mijn oren spits roept hij nog een paar keer Boppie! Bóppie! en maakt daarna zijn zoekcirkel groter, twee keer trekt hij al Boppie-roepend een soort snoer om dit stukje wijk, een roepsnoer dat alles wat zich daarbinnen bevindt automatisch veel belangrijker maakt dan ALLES daarbuiten, de mislukte formatie en Suske en Wiske en honger en doodslag, nee: Boppie. BOP-PIE. 
De Boppie-roeper gaat nu het poortje met de heesters in en roept daar dan maar opnieuw Bóp-pie!! hij heeft niet echt een groter repertoire dan die twee lettergrepen maar om toch nog wat extra’s te doen klapt hij bij elke klemtoon eventjes venijnig in zijn handen en haast zich dan dieper de wijk in met de straten die allemaal vernoemd zijn naar een keukenkruid en ondanks het feit dat het pikdonker is en ver na bedtijd in deze slaapstad gaat hij steeds harder brullen, Bóppie! Bóóóppie! hij gaat richting het winkelcentrum zo te horen, voorbij de huizen waarvan de eigenaren allemaal voor een andere geometrische vorm hebben gekozen om hun buxus naar te modelleren, om zo toch nog wat persoonlijk onderscheid in tuinaanleg aan te brengen, er is een grote kubus bijvoorbeeld en een nog grotere cilinder en ook een doolhof van rechthoeken, er zijn twee kleine piramides op hoge stammen en heel veel perfect gesnoeide bollen, en dan hoor ik ineens zacht gekef, het komt vanaf het spoor lijkt het wel en ik schiet overeind zou dat dan Boppie zijn? Boppie kom op jongen, je moet er door die buxussen niet gelijk vanuit gaan dat hier ’s nachts geen treinen rijden! ik gooi mijn boek aan de kant om mijn vuisten te kunnen ballen, kom op Boppie weg daar, hup naar je baasje, die nu ongeveer bij De Bongerd moet zijn! Maar het baasje van Boppie is al zo ver weg dat ik hem alleen nog maar Boppie hoor roepen omdat ik wéét dat hij Boppie aan het roepen is, ikzelf ben inmiddels volledig gereduceerd tot iemand in een stille provinciewijk waar een Boppie kwijt is, waar iemand om een Boppie schreeuwt, een hond waarschijnlijk of een poes misschien ook wel, misschien is Boppie zelfs wel een huisgenoot waar het niet helemaal lekker mee gaat, een huisgenoot in een tweedelig pyjamapak van lichtblauw pluche, ik ken hier niemand dus iedereen kan Boppie zijn en op dit moment is die Boppie op de treinrails dan ook wat me het allermeest zorgen baart op aarde. Dus ik neem me ondanks een nacht waarin ik meer op sirenes lig te wachten dan lig te slapen toch voor om ‘s ochtends vroeg een lange wandeling langs de spoorlijn te maken en daar trof ik gelukkig niets aan wat op een Boppie leek, maar net in het bos stuitte ik wel op een heuse wegversperring die er bloedserieus uitzag door het met de bomen contrasterende roodwit van het politielint en wel tien neongele hesjes, dus ik schrok me te pletter en vroeg wat er aan de hand was, toch niets met Boppie hè?
Maar niemand van die neongele hesjes kende een Boppie, dit was gewoon even trouble in the woods: die dikke boom daar heeft het zwaar, zegt het dichtstbijzijnde neongele hesje. Hij rookt shag.
Welke dikke boom?
Hierzo het pad af.
Wat heeft ‘ie dan?
Z’n hoofdtak is naar beneden komen zetten, en daar moet je toch niet aan denken hè, dat er dan net iemand onder loopt. Vwoemp. Hij beeldt met zijn handen iets uiteen glijdends uit en ik denk aan Boppie en vraag wat ze nu dan met die boom gaan doen.
Z’n kroon even fatsoeneren, voor zover daar nog iets te fatsoeneren valt.
Is het een levende boom?
Voorlopig nog wel ja.
Maar straks dus niet meer?
Hij vertelt dat ze vanwege het huidige broedseizoen niets mogen omzagen, maar daarna is het van dittem. Met zijn vingers veegt hij twee keer vlug langs zijn nek. Op de bouwvakkersradio achter hem klinkt heel zachtjes You’re Still the One van Shania Twain. Ze moesten nog maar heel lang blijven broeden daar aan de boslaan.