Takkie en Ozgur

Als er wordt aangebeld gooi ik Takkie altijd eerst even achter de keukendeur omdat ze haar enthousiasme nooit zo goed kan beteugelen en niet iedereen daarvan gediend is. Het is Ozgur, de monteur van Liander, die zoals in de aankondigingsbrief stond inderdaad tussen 10:00 en 12:00 zou komen en direct zijn identificatiepasje laat zien.

Niet schrikken van de hond hoor zeg ik als hij binnen is en ik kan niet ontkennen er genoegen in te scheppen de verwachtingen van het idee ‘hond’ iets op spanning te brengen. Takkie beukt direct met al haar vijf kilo’s tegen de benen van Ozgur als ik de keukendeur open en ik zeg Takkie nee niet doen en tegen Ozgur zeg ik sorry hoor en hij zegt nee dat geeft niets, ik weet alleen nooit zo goed hoe ik op honden moet reageren. 
Oh gewoon aaien of negeren zeg ik terwijl Takkie keihard tegen zijn broekspijpen staat te kwispelen.
En nu wat moet ik nu doen? vraagt hij als ze met een petje in haar bek aan komt rennen.
Nu wil ze dat je met haar gaat spelen.
Hoe dan?
Dan moet je dat petje proberen af te pakken.
Ozgur doet één poging en deinst terug als ze vervaarlijk hard (denkt ze zelf) begint te grommen.
Dat hoort erbij zeg ik, dat vindt ze geweldig en dan rent Takkie weg en komt terug met haar touw, dat ze bovenop de schoenen van Ozgur legt en dan rent ze weer weg en komt terug met Wossie de stuiterbal die ze naast de schoenen van Ozgur legt en dan sjeest ze weer weg en komt terug met haar botje en dit gaat net zo lang door tot al haar speeltjes op en rond de voeten van Ozgur liggen.
En nu? vraagt Ozgur licht besmuikt terwijl hij zich niet verroert tussen al die hondenspeeltjes.
Ja nu moet je eigenlijk al die dingen heel hard door de kamer gooien. 
Ozgur gooit helemaal niets door de kamer. 
Of verstoppen zeg ik, en dan moet je zeggen dat ze het moet zoeken. 
Dus Ozgur pakt Wossie en legt hem achter de bank en vraagt wat moet ik nu zeggen dan?
Eh ja die heet Wossie zeg ik en het lukt me bijna om daar niet bij te blozen, dus nu moet je ‘zoek Wossie’ zeggen. 
Ozgur zegt ‘zoek Wossie’ en Takkie heeft Wossie vrijwel direct gevonden en Ozgur moet zo hard lachen dat er tranen in zijn ogen staan. Verstaat ‘ie dat echt? 
Reken maar.
En hoe heet deze? 
Die heet gewoon Petje. 
Ozgur verstopt Petje en zegt ‘zoek Petje’ en Takkie vindt Petje binnen no time en dan gaat Ozgur echt zijn best doen om Nasi het tijgertje heel goed te verstoppen, namelijk in de plant op de vensterbank. En deze? Eh ja naja dat is Nasi zeg ik, zoek Nasi zegt Ozgur en hij begint er zichtbaar plezier in te krijgen en Takkie al helemaal en ik dank alle kinderen in de hemel dat Achenebbesjie de aap net een paar weken geleden gesneuveld is zodat mij die gene bespaard blijft en dan verstopt Ozgur Botje in de jaszak van zijn neongele doorwerkjas en Takkie springt keihard tegen hem aan om Botje af te pakken en ik zeg Takkie nee doe nou even rustig en Ozgur vraagt hoe heet ie eigenlijk, Takkienee? 
Nee, Takkie. Vieze gore stinktakkie.