altijd open

Toen ik vanochtend Takkie uit ging laten - geen idee hoe laat precies, half zeven waarschijnlijk, het was in ieder geval nog pikkedonker dus Takkie had haar lampje op, gewoon een ledlampje voor op de fiets met de bundel rechtuit naar voren aan haar riem zodat ik kan zien waar ze heen gaat en ook of OCD’tje gewoon ieder grassprietje op het veld dwangmatig besnuffelt of toch stiekem poep of kots of rotte sushi aan het wegschrokken is - kwam ik mijn junkiebuurjongen tegen die een tijdje geleden per ongeluk mijn fiets had gejat en die wonderbaarlijk genoeg ook weer terug wist te toveren, gecirkelzaagd en al. 
Heeeee buurvrouw goedemorgen goedemorgen ik vind zó véél mooie spullen ik blijf maar slepen geloof je dat! Hij staat op de stoep met een oude koelkast, een nette herenfiets en een Leen Bakker-achtig ladenkastje dat hij zijn kelderbox in probeert te manoeuvreren, maar hij is in zijn eentje en behoorlijk van de kaart bovendien, dus soepel is het woord niet echt. Alles is mooi! Serieus ik heb zó véél mooie spullen nu! Ja Soldaatje ruik maar aan mijn schoen ik ben niet bang (zegt hij tegen Takkie, die de koplamp even op zijn vale Puma’s richtte) ik ben nergens bang voor (tegen mij), maar die fiets weet je. Het is de grond weet je, daar kan ik zó in wegzakken, onder mijn voeten snap je? Hahaha gaat ‘ie de tunnels in? Hij wijst naar het lampje dat hem dus nu pas opvalt en maakt tegelijkertijd een klauwbeweging naar beneden waardoor Takkie terugdeinst en junkiebuur in de felle ledbundel steun moet zoeken bij de koelkast. Maar ook echt hè? valt hij zichzelf opnieuw in de rede. Ik schaam me in de grond hier onder mijn voeten.
Zand erover, zeg ik voor de honderdste keer.
En dan zeggen ze omdat ik dronken ben, ja oké ik ben nu ook dronken, misschien, ik weet niet eigenlijk? Maar zo bedoel ik het niet snap je? En ik wil delen! Ik heb zo veel mooie spullen nu, alles is mooi ik moet nog één keertje terug. 
Het is GROF VUIL OPDONDERDAG zoals hier in de wijk op de trottoirtegels staat, vandaar de haast. Hier, ik hoef die spullen helemaal niet zelf te hebben, je mag alles pakken wat je wil hier, hier! Hij biedt me de koelkast aan door hem op één poot in mijn richting te draaien. 
Nee dank je, ik heb al een koelkast. 
Maar ik meen het hè? Echt, je mag alles pakken. Ik heb alles wat je nodig hebt. Echt. Zie je die deur daar? Hij wijst op de ingetrapte deur van zijn kelderbox. Voor jou staat die altijd open.