tekort

Er is een buurvrouw die ontieglijk veel van Takkie houdt. Stiekem wil ze haar eigenlijk kapen, en Takkies lichaamstaal is er duidelijk over dat ook zij veel liever daar zou wonen dan bij mij. Zodra we haar deur naderen vliegt die open met dezelfde vaart waarmee Takkie eropaf stuift om een reusachtige staaf gedroogd vlees uit het koekblik dat speciaal voor haar bovenop de kapstok staat te verschalken. Omdat Takkie niet bij de bel kan gaat ze altijd verbeten voor de deur zitten wachten als de buurvrouw niet thuis is en ik haar spartelend weg moet dragen omdat ze het vertikt verder te lopen. Ik heb één strikte regel met Takkie: nooit laat ik haar ergens onbewaakt achter. En ik heb nog een regel, een algemene, namelijk dat je alle regels moet kunnen breken als de omstandigheden daar om vragen. Bijvoorbeeld toen ik al in de rij stond en de apotheker naar Takkie wees en streng ‘oh nee nee’ deed met zijn wijsvinger. Mijn nummertje was bijna aan de beurt en er stond een groot reclamebord van Echinaforce op het trottoir; ze hadden Echinaforce Normaal en Echinaforce Forte en Echinaforce met vitamine C, allemaal in de aanbieding, het was zo’n bord dat heen en weer zwiept op de wind en daarom een verzwaarde voet nodig heeft om aan de grond te blijven, het stond recht voor de ingang en ik bond Takkie aan die voet, met een dubbele paalsteek, en keek iedere halve seconde achterom of niemand haar kidnapte of platreed en mimede steeds naar haar dat ik eraan zou komen waardoor de andere klanten vast dachten dat ik wat laat was met dat herhaalrecept antipsychotica. Aan mijn achterhoofd vertelde de apotheker dat ik erg duizelig kon worden van de pillen die mijn tekorten moesten aanvullen terwijl ik maar naar Takkie bleef zwaaien, en toen moest ik me legitimeren. Het kostte zeven seconden om het rijbewijs te laten zien en de pillen te pakken en daarna liep ik grijnzend naar dat Echinaforce-bord met het lieve kleine Vliegertje eraan. Het bord deinde nog steeds heen en weer op de wind, maar Takkie was weg. Mijn hart beukte tegen mijn strottenhoofd en al mijn bloed stootte in één keer door naar mijn tenen. Haar riem zat niet meer om die betonachtige poot. Takkie zat er niet naast, de stoep was leeg. Ik kon niets uitbrengen dus riep ook haar naam niet, maar rende luchthappend de weg op en heb nog nooit zo’n loepzuivere fisheye-blik gehad, in een microseconde zag ik alles. Het drukke kruispunt en de portiekwoningen en alle raamkozijnen en dakpannen en de busjes die voorbijreden en de supermarktkratten die op de laadklep van een vrachtwagen werden gehesen en het richeltje aan het einde van die laadklep opdat de vracht er niet af zou schuiven, de groenteboer aan de overkant die zijn appels één voor één recht draaide, alle steeltjes de lucht in, het waren zeven soorten appels in de tinten glimmend groen tot mat roodgeel en op de stoep liepen kinderen met roze vogeltjesrugzakken en Takkie was nergens. Iedere millimeter was haarscherp maar ik wist niet of ik nou naar links of naar rechts of rechtdoor moest rennen of 112 moest bellen of mezelf van wroeging ter plekke ongedaan moest maken of voorbijgangers moest aanklampen om te vragen wie er een klein oranje hondje in een sporttas gepropt had om het als aas naar de hondengevechten te vervoeren, mijn voeten waren zo zwaar dat ik nooit meer van de grond zou komen en terwijl ik harder stond te tollen dan dat reclamebord in de wind stapte de buurvrouw uit het portiek, mét die vieze vuile Voetzoeker, die uitzinnig van vreugde was omdat ze dacht dat ze nu eindelijk bij de gedroogde vleesstaven mocht gaan wonen. De buurvrouw bood duizend verontschuldigingen aan toen ze mijn gezicht zag, dat ze het niet zo bedoeld had maar het niet kon laten toen ze Takkie daar zag zitten en gelukkig bleef ze doorpraten zodat ik me op iets anders kon concentreren dan mijn hartslag en de straat die maar voorbij bleef draaien en omdat al mijn bloed nog in mijn tenen zat in plaats van in mijn wangen kwam ze waarschijnlijk met de mededeling dat er altijd een arts moet komen wanneer d’r iemand dood is. Ook als een kleuter nog kan zien dat diegene dood is, zoals bij haar vader, en dat haar moeder altijd al gezegd had dat ze erachteraan wilde als hij ging want ze waren al 71 jaar samen. En toen haar vader officieel dood was verklaard en weggehaald en ze die avond voor het eerst ging slapen in een leven zonder vader, ging de telefoon. Het was de verpleegster, die haar moeder biddend in de slaapkamer had aangetroffen, op haar knieën bij het echtelijke bed, de handen gevouwen en het hoofd erbovenop, uit respect was de verpleegster in de deuropening blijven wachten tot mevrouw klaar was met bidden maar het begon wel overdreven lang te duren dus legde ze even een hand op de schouder van de verse weduwe en die schouder bleek levenloos. De begrafenisondernemer was al geboekt voor de vader, dus die kon nu gelijk matchende kistmogelijkheden tonen. Ze kreeg ook korting op de uitvaart, stamelde hij voorzichtig. Is het twee voor de prijs van één? grapte de buurvrouw die ineens geen ouders meer had, maar de begrafenisondernemer durfde er niet om te lachen en legde onhandig uit dat ze nu maar één keer de opbaarruimte hoefde te huren, vandaar. Dus, besloot de buurvrouw haar verhaal toen ik weer kleur had, wat een geluk hè? en ze overhandigde Takkie zichtbaar met moeite en benadrukte nog eens hoe dol ze toch op dat kleine beestje was waardoor ik bijna uitriep dat ze haar anders wel een poosje mocht hebben, ook omdat het nu twee tegen één was, maar nee, sorry, van alle tekorten in de wereld is er één die onmogelijk is aan te vullen Takkieeeeeeeeeeee