nacht

Ik ben even de stad uit om flink door te werken en ook om samen met de oranje ijzervreter op het huis en de katjes van mijn tante te passen. Dat laatste betekent: voortdurend naar Takkie roepen dat het katjes zijn en geen honden en dat ze dus ook niet met haar willen spelen en dat die mep op d'r snuit haar eigen schuld is als ze zo in hun gezicht blijft kwispelen en zodra het ’s avonds muisstil en pikkedonker is: constant overeind veren bij ieder knappend schrapend ritselend trippelend stommelend klappend geluid. Want buiten dat het het bijzonderste en mooiste huis ooit is, is het ook krakend oud en van heel donker hout met veel te veel kamers om echt zeker te weten dat er niets kwaads onder één van de vele bedden ligt. Als slaapkamer kies ik het kleinste kamertje omdat de katten ’s nachts via het schuine dakraam van de grootste kamer naar binnen bonken en via het glazen dak van de serre weer naar buiten KLABOEMPATS en de op één na grootste kamer is zelfs overdag al te eng om naar binnen te gaan en in de op twee na grootste kamer hangt een onbehoorlijk dikke kruisspin te wachten tot hij rechtstreeks mijn kraag in kan duikelen. Het kleinste kamertje aan de achterkant is gewoon overzichtelijk en lief. Het heeft geen donkerbruine lambrisering maar is lichtgeel geschilderd en heeft goede rugdekking en staat maar een heel klein beetje vol met stoffige boekenkasten.
Als ik in bed lig kijk ik uit op deze ingelijste foto. Op de foto is het huis te zien waar ik dus in bed lig, achter dat raam linksboven, dat je ook nog eens in realtime terugziet in de weerspiegeling van de lijst om de foto die meerdere decennia geleden genomen is, eenzelfde periode waarin er ook al niets meer aan het interieur van het huis veranderd is - tot aan de kruidenkastjes en de shampooflacons toe - zodat het voelt als logeren in het Openluchtmuseum en door naar die oude foto van dit huis waar ik nu lig te kijken word ik overvallen door een vreemde existentiële sensatie nog bovenop de historische. 
Plus: ik ben echt veel te klein voor dit joekelige huis omringd door donkere bomen.
Ondanks mijn bangheid val ik in slaap. 
Dat weet ik omdat ik wakker schrik van een bizar eng en eng bizar geluid, het is heel dichtbij en heel hard en mijn hart klopt overal waar mijn bloed is en ik hoef mijn oren niet eens te spitsen want direct hoor ik het weer, nu iets verder weg en daarna nog een keer, bwaaaaaaakóé!!! 
Het is een man blijkbaar, die niest. Waarom niest iemand zo? Maar echt serieus. Welke mongool gaat hier midden in de nacht op het pad staan niezen, als je weet dat je zo’n nies hebt?
Ondanks mijn haat voor iemand die ik slechts anderhalve seconde gehoord heb val ik weer in slaap, dat weet ik omdat ik daarna wakker schrik van de kou aan mijn voeten die buiten het kleine bedje vallen waarna ik toch weer in slaap sukkel maar direct wakker schrik van het idee dat iets boosaardigs mijn blote voeten zou kunnen grijpen waardoor ik onder het bed ga kijken - er ligt een grote stapel A1-formaat tekenpapier, wat heel cool is, ik was op best veel voorbereid maar A1-formaat tekenpapier is echt supergeruststellend - en weer in slaap val en wakker word van Takkie die uit bed ploft en zo overdreven hard water drinkt dat ik de lamp aanknip om te zien of het wel echt Takkie is en geen asbestsloper die op vrijdagmiddag in de schaftkeet een blik pils opentrekt maar het is inderdaad gewoon Takkie, om vier uur zesendertig, zaterdagnacht, en omdat de lamp aan is wordt Takkie honderd procent wakker en racet enthousiast achter haar staart aan en komt pas na heel lang boenderen weer in bed - ze mag bij me in bed hier, niet dat ze me zal beschermen tegen al het kwaad maar dat blijft wel een fijne leugen om in te geloven - en samen vallen we in slaap tot we tegelijk wakker worden van de katten die mauwen op de manier waarmee ze laten weten dat ze een muisje finaal aan stukken hebben gereten, dat weet ik omdat ik dat harde gorgelende mauwen al eens eerder hoorde en toen de volgende dag een muis in mijn laars aantrof (door mijn voet er eerst in te wringen) en dan duurt het heel lang om weer in slaap te vallen omdat ik aan de hand van hun gemauw probeer te lokaliseren waar ze de ingewanden van dat muisje ongeveer aan het neerleggen zijn zodat ik een beetje voorbereid ben morgenochtend en dan word ik toch weer wakker van een mug die zichzelf telkens richting mijn hoofd katapulteert DUS IK SLIEP EVEN! denk ik blij en daarna hou ik mezelf wakker met de domste tactiek die ik ooit heb bedacht namelijk dat je je beter stil kunt houden dan die mug dood te meppen waardoor ik in plaats van alleen van dat gezoem ook al gauw last heb van overal jeuk en dan val ik toch weer in slaap want ik schrik zwetend wakker van de fotolijst die tegen de muur klapt en ik kan mijn ogen niet geloven maar het is echt zo: de lamp achter mijn raam, het raam linksboven op die foto, flakkert stroboscopisch aan en uit aan uit aan uit terwijl ik hier toch echt in het donker rechtop zit te zweten en dat is mijn laatste herinnering aan de nacht, op naar alle volgende nachten hier.