grimmelen

Vanochtend op een kruipdoorsluipdoorpaadje in het bos botste ik op een oudere man die zich metvier teckels en een modderige kinderwagen over de boomwortels ploegde. Hij leerde mij drie belangrijke dingen. Allereerst de beste manier om naar paddestoelen te kijken: starend. En niet de rooie zijn het mooist, maar die kleine bruintjes met precies de kleur van herfstblad, die zich eindeloos blijven vermeerderen als je maar naar de bosgrond blijft staren en inderdaad, ineens waren er nog veel meer dan ik al die tijd al zag. Het grimmelt hier van de paddestoelen zei de man, die me dus ook nog even het woord grimmelen cadeau deed en vervolgens uitlegde hoe het kon dat zijn teckels, ook wel bekend als het meest eigenwijze hondenras op aarde, met zijn vieren tegelijk zo veel beter luisterden dan één Takkie: zorgen dat je de roedelbaas bent. Als ze stout zijn grijpt hij ze in het nekvel en dan gooit ie ze zo boenk naar zijn vrouw. De kinderwagen bleek niet voor de hoed die erin lag maar voor de oudste teckel; anders duurde de wandeling zo lang.