Rachid el Hadoutti 't of Doettie 't Niet

Hoi ik ben tamelijk blond.
Ik woon in een buitengewoon gemengde wijk.
Ik ben ontegenzeglijk vrouw. 
Volgens Geert durf ik nu de straat niet meer op. 

Dat is gek want op sommige dagen ga ik misschien wel vijf keer naar buiten, hup zo open en bloot die gemengde wijk in met mijn blonde haren. Soms draag ik ze los en soms in een staartje en één keer ben ik toen bang geweest. Dat was niet eens zo heel lang geleden, 's ochtends vroeg, ik had mijn haar echt veel te lang niet gewassen en de hond moest uit. Oh men ik was als de dood dat ik een bekende tegen zou komen en dat diegene mijn vette blonde coupe zou zien en zou denken ‘bah bah en nog eens bah’, wat op sommige vette blonde coupes inderdaad de enige juiste reactie is naar mijn mening. Dat ik er niet eens aan gedacht heb om die ochtend een muts op te zetten toont wel aan hoe blond ik precies ben, nog verder uitgebleekt dan die gewaterperoxideerde zou je op basis daarvan verwachten maar nee goddank nee dat staat van alle mannen en vrouwen op aarde alleen bij Debbie Harry.

Die gebleekte en ik liggen zo ver uit elkaar dat zelfs onze landen verschillen, ook al staan ze bekend onder dezelfde naam. Zijn Nederland is in geen enkel opzicht mijn Nederland en zolang die witte het over ‘ons land’ blijft hebben schaam ik me tot nog grotere diepten dan de Marianentrog. Maar zelfs sterker dan mijn gêne is de drang om het op te blijven nemen voor mijn lieve land dat hij zo aan het onderpissen is. 
Ik troost me maar met het idee dat hij degene is die in een schaduwuniversum woont en niet in het land dat ik op een totaal andere manier beleef, mijn Nederland, waar ik geboren ben en opgegroeid en met echt heel erg veel plezier en geluk en comfort nog steeds woon. Dat is een Nederland mét moslims en vluchtelingen. Please blijf van ze af. En van de “kunst enz.” ook zoals hij het zelf noemt.

Een van mijn eerste verliefdheden was op Rachid. Rachid el Hadoutti heette hij en ik plaagde hem altijd een beetje op de melodie van Rachid el Hadoutti ’t of Doettie ’t Niet, ik plaagde hem natuurlijk omdat ik verliefd was. Hij had zo’n mooie gedempte stem, hij had felgroene ogen en de langste, zwartste wimpers die ik ooit had gezien, iets wat ik zelf nooit voor elkaar heb gekregen, zelfs niet met de back-up van Maybelline Volum’Expres. Als ik bedenk hoe Rachid el Hadoutti ’t of Doettie ’t Niet met zijn lange wimpers naar een televisiescherm knippert waar een of andere geblondeerde dude zegt dat hij, die lieve zacht pratende Rachid el Hadoutti, níet ok is, dan kleppert er bij mij iets kapot linksboven in mijn borstholte. 

Of als ik aan Hassnah denk, mijn beste vriendinnetje met zulk dik kroeshaar dat zelfs haar ingevlochten vlecht nog centimeters boven haar hoofd uitstak. Zij ging mee op vakantie naar het Dwingelderveld en maakte huiswerk bij ons op de studeerkamer maar ik probeerde juist altijd bij haar af te spreken want van haar moeder kreeg ik dan kartelfrietjes en discolollies. De juf kon Hassnah’s achternaam de eerste keer niet uitspreken en maakte er per ongeluk ‘Jam’ van en toen Michael of Thijs haar vervolgens Hassnah Kersenjam noemde moest ze zo hartstochtelijk huilen dat ik zelf ook moest huilen en als ik aan Hassnah denk in combinatie met wat die eencellige over haar en haar familie zegt moet ik nog veel harder huilen dan destijds in groep acht.

En het is niet omdat ik nou toevallig twee moslims ken dat ik Geert Wilders de overtreffende trap van bah bah en nog eens bah vind, want ik ken er goddank nog veel meer en wat hij over alle Hassnahs en Rachids uitkraamt vind ik werkelijk het tegendeel van normaal.