Minder buren

Oh en nog iets. Ik woon dus in wat sommigen een Marokkanenflat noemen. Op een jongen drie portieken verderop na ben ik de enige kaaskop van het blok. Toen ik de huurovereenkomst tekende was ik misschien een moment bang om er niet bij te horen, of om op te vallen of om ongewenst te zijn of zoiets, net zoals ik dat op een eerste werkdag zou zijn of aan het begin van een groepsvakantie. Maar zoals in elk huis waar ik ooit heb gewoond was ik vooral bang voor ‘de buren’. Ik heb namelijk een soort angststoornis waarvan ik denk dat Geert Wilders de kwaadaardige variant heeft.

Mijn angststoornis is ontstaan in de Pijp. Ik huurde een halve etage en had op die manier vijftien setjes buren om me heen: beneden en boven me, links en rechts naast me, schuin boven me, schuin onder me en schuin achter me. Elk van deze buren had wel een irritante gewoonte, de een net iets irritanter dan de ander en allemaal hadden we rieten plafonds, planken vloeren en geen wandisolatie. 

Mijn buurmeisje had haar bed tegen onze gedeelde tussenmuur gezet en haar Australische vriend kwam één keer in de twee maanden langs en dan deden ze de hele week niets anders dan dat bed met al hun gezamenlijke krachten tegen de muur aan beuken, onderwijl uitgillend hoeveel moeite dat ze wel niet kostte. Wat die twee bezielde weet ik nog steeds niet nee grapje hartstikke leuk voor ze natuurlijk maar ik was net mijn scriptie aan het schrijven en wilde ’s nachts soms ook weleens slapen maar die vijftien buren draaiden dus shifts die naadloos op elkaar afgestemd waren om mij gek te maken. 

Wanneer de buurman wegging belde die namelijk direct mijn buurmeisje op om te zeggen dat ze haar bed een paar uur tegen mijn muur moest gaan rammen en als zij klaar was stuurde ze een sms’je naar mijn bovenbuurjongen dat die ruzie kon gaan maken en als dat weer was uitgepraat vroeg hij of mijn onderbuurman zijn technoplaatje misschien weer op repeat kon zetten en zo het klokje rond; lente, zomer, herfst, winter.

Door deze ene (ok vijftien) slechte ervaringen heb ik dus een gegeneraliseerde angststoornis ontwikkeld: buren. Overal waar ik de nacht moet doorbrengen is het eerste wat ik denk: oh nee buren!! Strak als een springveer blijf ik dan net zo lang luisteren tot een van die buren kucht om ploink tegen het plafond te knallen ZIE JE WEL HIER ZIJN OOK BUREN EN ZE LEVEN EN DAAR MAKEN ZE GELUID BIJ OH NEE DE HEL.

Nu weet ik heus dat ik gewoon een nare ervaring heb gehad met buren waardoor ik bang ben geworden voor álle buren en ik weet ook dondersgoed dat er niet zoiets als ‘de buren’ bestaat, ‘de buren’ zitten in mijn hoofd en één buur heeft het ook heus niet verpest voor al die andere mogelijke buren waarvan ik slechts een minuscuul promille ooit ontmoet heb: ík met mijn angststoornis heb het voor alle hypothetische buren in mijn hoofd verpest. Ik ben hier degene met een afwijking in zijn hoofd. 

En nu vermoed ik dus dat Geert Wilders ook zo’n soort afwijking in zijn hoofd heeft, maar dan één waarmee hij niet slechts zichzelf dwarszit maar ook heel erg veel anderen, heel erg. Gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis komt al bij minder schadelijke waanideeën voor, maar zolang dit met deze Geert nog niet gelukt is hoop ik zowel voor hem als voor zijn omgeving dat zijn stoornis echt gauw overgaat.

Wat mij geholpen heeft met mijn stoornis is om mijn slechte ervaringen zo veel en zo vaak mogelijk te overschrijven met nieuwe, betere ervaringen. Door open te staan voor het feit dat er gewoonweg buren bestaan en daar vervolgens mee te dealen. En na meer dan duizend nachtjes slapen in ‘mijn Marokkanenflat’ begin ik er overheen te komen. Hier ben ik eindelijk aan het leren dat er ook FIJNE buren bestaan. En dat het woord ‘buren’ geen synoniem is voor overlast, maar voor heel veel andere en vooral goede dingen.

Want na mijn alcoholische schreeuwburen, mijn klokjerondtechnoburen, mijn studentenkotsfeestjesburen, mijn lekkendevuilniszakinhettrappenhuisburen en mijn yuppenjankbabykutmuziekburen, na al die schrikwekkende (en zonder uitzondering van nature blonde maar dat doet er niet toe) overlastburen, heb ik nu eindelijk de buren van mijn dromen. Buren waarvan ik hun telefoonnummer heb gekregen zodat ik ze kan appen mocht ik ergens last van hebben. Kwamen ze zelf mee toen ik een keertje aanbelde of hun karaokeset iets zachter mocht en ik schaam me nog steeds voor mijn geklaag (dat voortkwam uit mijn angststoornis maar leg dat maar eens uit). Buren die aanbieden om de hond uit te laten als ik weinig tijd heb. Buren die elke keer als ze in Marokko zijn een keramieken beker voor me meenemen of kaarsenstandaards of lantaarntjes en niet zomaar lantaarntjes maar echt prachtige lantaarntjes die mijn huis precies nodig had. Buren die me eten komen brengen, hele kippen en stukken schaap, wat ik dan met veel moeite afsla omdat ik liever geen vlees eet en dat ze dan vervolgens met grote stukken vispizza langskomen en bakjes verse vijgen.

Dat van die Marokkanenflat klopt natuurlijk helemaal niet want mijn buren, waartussen ik me voor het eerst in mijn zelfstandige burenbestaan prettig en vooral ook veilig beschut voel, zijn niet alleen maar Marokkanen. Er woont namelijk ook een Egyptische familie en één Turkse. En ik hoop met alle onderdelen van mijn bonkende hart dat Geert bij hen allemaal uit de buurt blijft met zijn giftige woorden, dat hij als de verpersoonlijking van besmettingsgevaar van ze afblijft met zijn zieke tengels.