Janken op de braderie

Net heb ik als vanouds een potje lopen janken op het stadsfeest. Ditmaal niet omdat de jongen die ik leuk vond met een ander meisje stond te zoenen, ik kan niet precies benoemen waarom precies maar het had iets te maken met het Oegandees Kinderkoor. Het lag in ieder geval een beetje aan de Oegandese kindjes die hun danspasjes tot in perfectie beheersten, hun perfect gestreken pakjes in rood en blauw, de manier waarop ze, ook perfect, ‘In the morning’ zongen, ‘Leddit shiiiiine. In the night. Leddit shiiiiine shine shine.’ Maar misschien kwam het ook een beetje doordat ik een jongen uit mijn oude klas zag staan in het publiek, een jongen die nu een uitgebluste man met kinderen bleek. Misschien kwam het ook door de met de stralende kinderchoreografie contrasterende geur van braadworsten-speciaal uit het kraampje naast het publiek, dat rozeverbrand en bewegingsloos naar de swingende kindjes keek. ‘Leddit shiiiiine. Evvywèèèr.’ Misschien kwam het ook een beetje door de drie collega’s van Team Handhaving die met hun rug naar het podium toe een loempiaatje met zoetzure saus verorberden of door de karretjes van kermisattractie Operator Zone die ik een paar dagen geleden nog in de berm langs de provinciale weg had zien staan - alarmlichten van de dieplader knipperend - en die nu stonden te loeien op deze zonnige zaterdag vol suikerspinnen en zaagseltonnen om te grabbelen voor Myanmar altijd prijs. Of het bord ‘Start uw winkelbeleving in Doetinchem bij de MediaMarkt.’ Of het bord ‘Nederlandse kaas. Eén brok afwisseling.’ Of de Crazy Bingo in Jack’s Casino. Of het feit dat ik bijna twee decennia eerder ook al in mijn eentje op dit vreemde plein stond, want het eerste weekend dat ik hier woonde kende ik er naast mijn familie precies twee mensen namelijk de buren van honderdzestig en als je vijftien bent sterf je liever de marteldood dan op zaterdagavond bij je ouders thuis te zitten. Dus ging ik dat eerste weekend in mijn eentje de onbekende stad in. Bij de kerk kwam ik toen een jongen tegen die me Doetinchem wel wilde laten zien en dronk ik met hem apfelkorn bij Cafe Trinity’s en wist ik zeker dat ik nooit meer gelukkig zou worden. Wat ik toen no way in hell had geloofd was dat ik bijna twintig jaar later VRIJWILLIG op precies dezelfde plek zou staan om daar bovendien een traantje weg te pinken bij een Oegandees Kinderkoor.