IJsvogels en paradijsvogels

En terwijl iedereen dit weekend lekker in zijn True Colors op een boot stond te dansen (of in het andere geval zijn crackhond zag leeglopen in een dierenkliniek) gebeurde er vrijwel ongezien iets bijzonder wonderbaarlijks in de stad: er cirkelde een zeearend boven de Baarsjes!
Een zeearend weetjewel, de gróótste arend van Európa, die ééuwenlang ons land niet heeft bezocht, de vogel met een spanwijdte van bijna drie meter, waardoor hij ook wel vliegende deur wordt genoemd. Die deur vloog hier dus gewoon even wat rondjes! In de Baarsjes!

“Heel bijzonder,” vertelde de vogelaar waar ik net in het Rembrandtpark tegenop botste, of liever gezegd botste hij tegen ons op, schouders ineengedoken en wijsvingers in de lucht.
“Hoor je dat?” fluisterde hij.
Maandagmiddagparkgeluiden alom.
“Dat is de ijsvogel!” Met gekromde rug tuurde de vogelaar de vijverpartij af en spotte ‘m plots met een vrolijk sprongetje. “Daar! Zie je dat stuk groen daar?” Hij wees op de reusachtige treurwilg, een overweldigend stuk groen inderdaad.
“Ja?”
“En dan dat schaduwgat daar? Volg mijn vinger!”
Na heel lang turen en meerdere onmogelijke aanwijzingen zag ik eigenlijk alleen nog maar schaduwgaten.
“Daar zit ‘ie! Zie je het oranje van zijn borst?”
Ik durfde geen nee meer te zeggen dus keek even heel moeilijk. “Misschien een beetje?”
Gelukkig kwam het beest plots tevoorschijn, als een katsblauwe pijl - vlug als een pijl ook - rakelings over het water.

Ik was sprakeloos. Ik had hier weleens een buizerd gezien en ook een keer een schildpad en vond die toen al zo bijzonder dat ik er direct een wildvreemde voorbijganger op attendeerde, maar dit fonkelblauwe dier moest wel echt groot nieuws zijn in West.
“Valt wel mee hoor, er zit hier zelfs een nestje.”
“WOOOOOOOH, waar dan?”
Dat wilde hij liever niet zeggen en dat pleit voor de man, want voor je het weet staan er mensen met dikke telelenzen bovenop en wordt de hooggewaardeerde rust van de blauworanje familie bruut verstoord.

De vogelaar vertelt dat ijsvogels het liefst altijd op één plek blijven, en ondanks hun naam helemaal niet tegen kou kunnen: als de vijver dichtvriest hebben ze gewoonweg geen eten meer. Vrouwtjesijsvogels zijn dan nog wel slim genoeg om te verhuizen naar een warmere streek, maar de mannetjes blijven stug zitten waar ze zitten en verroeren zich niet. Tot ze dood zijn. Binnen het thema volhardendheid is daar ook wel iets voor te zeggen. Dankzij onze laffe winters echter zijn de vrouwtjes gelukkig bij hun mannetjes gebleven en daarom hebben we nu zelfs ijsvogelbaby’s.
Hoe wist de vogelaar eigenlijk waar hij moest kijken?
Nou, hij ging boodschappen doen en toen hoorde hij ineens de roep van de ijsvogel. En dat, vertrouwt hij me toe, is de ware kunst van het vogelspotten. Luisteren, en dan je gehoor achterna. 
“Ja! Daar heb je hem weer! Hoor je wel?”
Inderdaad hoor ik nu ook het ijle ge-iep van dat opmerkelijke beestje, dat doodgaat door de eerste lettergreep van zijn naam. Het park heeft er vanaf nu een extra dimensie bij.

Toch is het niet eens de bijzonderste vogel hier. Dat is volgens mijn vogelaar de slechtvalk - niet de christelijke Vikingmetalband van Shambar en Hydrith, maar de gelijknamige roofvogel. Doorgaans een bewoner van klippen en ravijnen zit het beest nu ook gewoon hier in West, op de torens van het UWV. In tegenstelling tot veel cliënten van het werkbedrijf is hij wél non-stop aan het werk: hele dagen zit hij naar beneden te turen, op zoek naar lekkers.
“Konijntjes enzo?”
“Nee vogels. Duiven en meeuwen.”
Ik vraag verwonderd hoe een slechtvalk in godsnaam een meeuw vermoordt, maar dat blijkt heel simpel: door de inslag van de klap. Met wel 350 kilometer per uur is de slechtvalk namelijk het snelste dier op aarde en met zo’n harde klap tegen je kop ben je gelijk naar je grootje. 

Dus, nog even samenvattend: dit weekend was Amsterdam zowel in het bezit van de bontste verzameling paradijsvogels op de grachten alsook de grootste arend van Europa, plús het snelste dier op aarde, plús het kleinste blauwtje van de hele stad én een heroïnepoephondje. 
Zou dit weleens de beste stad van de wijde omtrek kunnen zijn? Of wat?