fokking miracle

De uitgang van het Vondelpark aan de stadszijde. Een zwerverachtige meneer wordt van zijn sokken gereden en de twee (puberjonge) boosdoeners fietsen ongegeneerd door.
Ik wil de zwerverachtige meneer overeind helpen - ik zeg steeds zwerverachtig omdat ik niet weet hoe ik een vaalbruin confectiepak vol vegen, een rode hoofdbandana op een gelooide huid in combinatie met drankstank aardiger kan omschrijven - maar de zwerverachtige meneer heft schaterlachend zijn handen ten hemel.
"It's a miracle!" Goudgroene stomptandjes heeft hij ook nog.
Nou, wil ik zijn bedankje afweren, zo'n grote moeite is het nou ook weer niet...
"A fokking miracle!"
Ik vraag of hij ok is.
"A FOK-KING miracle, thát's what it is."
Niet begrijpend kijk ik hem nu aan. 
"Look!!" Hij wijst naar de grond waar hij zelf ook nog steeds met gestrekte benen op zit. Op het fietspad ligt een platgereden maar verder perfect geconserveerde joint, een reusachtige toeter met tippie en al.
"Lucky you!" zeg ik, maar hij heeft al lang niet meer in de gaten dat ik überhaupt besta. Hij kust de joint net zo nederig als de Paus Jezus' lijkwade zou kussen, hijst zichzelf overeind en vervolgt binnensmonds pruttelend over fokking miracles zijn weg richting Leidseplein. 
Daar is binnen nu en een half uur dus iemand het toppunt van vrolijk.