IJs met alles

Eckelrade is een belachelijk mooi dorp waarvan ik vandaag voor het eerst het bestaan leerde. Het heeft één hoofdweg waar voortdurend trekkers overheen denderen, af en toe afgewisseld met een Kia Picanto vol boodschappentassen en groepjes wielrenners. Er is net een jongetje geboren: 'Jeu', hangt aan de bek van een ooievaar in één van de Eckelraadse voortuinen. 

We lunchen er bij Gelag de Koekenpan. Daar ruikt het naar landbouw. Drie bejaarde dames uit Mesch - het kleinste dorp van Limburg met een grote vuursteenvindplaats uit het paleolithicum - hebben mooie kleren aangetrokken voor hun uitstapje naar De Koekenpan. Bruine kousen, gezondheidssandalen en alledrie een helderpaarse rok tot op de knie. Ze drinken Sisi.
Amsterdam, daar wonen wel wat meer mensen dan de driehonderd in Mesch, grapt een van de dames. Maar zij hadden onlangs ook iemand uit Amsterdam. Kennen we die misschien? Felix Rottenberg? Die woonde een poos op hun landgoed om op te knappen. Vanmiddag belde die nog. Het is gewoon zo ontspannen hier he, als je Sittard eenmaal voorbij bent.

Zo heeft elke provincie een Sittard. In Noord-Holland is dat bijvoorbeeld Uitgeest: "Als je maar eenmaal boven Uitgeest bent, dan zit je goed," zeggen ze vanaf Egmond en hoger.

Met veel omhaal komen zes jongens van de plantsoenendienst plots een tafeltje confisceren. 'Werken met Talent' staat er op hun oranje hesjes. De pokdalige jongens zien eruit alsof ze møkeveel bier en schnitzels gaan bestellen, maar ze willen graag ijscoupes eten asteblief. Extra groot, met slagroom en aardbeien en vanille-ijs en warme chocoladesaus en wafeltjes. "En vantie klène parasollekes!" 
De drie dames kijken er verlekkerd naar en willen gelijk hetzelfde. Vroeger had niemand het over vittemientjes. Toen had je het gewoon over voedsel. Is het lekker of niet, ja toch? De linker wil alleen geen slagroom en de middelste geen chocola, maar de rechter wil gewoon met alles. Alleen niet zo groot als van die jongens hoor. 
Gelag de Koekenpan heeft nog nooit zo veel sorbets verkocht, zo veel zelfs dat de zoon van de bazin naar de Vomar moet fietsen voor extra aardbeien.

Vrolijk toeterend rijdt de opzichter van de plantsoenjongens nog even langs en zijn werkkrachten zwaaien opgetogen, sorbetlepels in de lucht. 
"Kneus," mompelt de dikste als het busje met Talentonline.nl op de zijdeur de hoek om is.
"Ja, dikke kneus," bromt de jongen naast hem.