Een ramp is het

Buurvrouw Wies trekt katten aan.
“Het is een ramp.”
“Ja d’r kont raakt de tuinstoel nog niet eens,” vult haar vriendin aan “en daar staat Ozon al.”
“Ozon?”
“Ja daar heb je ‘m.”
Inderdaad staat er een kat met zijn voorpoten tegen de hordeur en hij kijkt alsof hij niet kan kiezen tussen pissig zijn of verbaasd.
“Assik met de kleinkinderen een huis huur op Landall, wat denk je? Wat denk je dat ik op het grasveld heb?” Priemende blik naar mij. 
Vol verwachting blijf ik stil.
“Een kat,” bitst ze. “Of Gran Canaria, wat denk je, de eerste dag?” Priemende blik. 
Ik doe geen poging.
“Een kát. Het is een ramp.”
“Ja maar jullie kopen ook allemaal eten voor ze in de supermarkt,” zegt haar vriendin.
“Ja dat issook waar ook. Maar as je dan twee weken op Gran Canaria ben dan hebben die beesten ook eens een vette bek. Ja toch? Een ramp isset.”