De kutste kapper van de stad

Ik ging net één keer niet naar mijn eigen toffe volkskapper en ontdekte zo per toeval de kutste kapper van de hele stad. De enige overeenkomst met een goeie of gewone kapper was dat ik ook hier eerst een half uur de Vogue van februari moest lezen voor ik geknipt werd.

Ik ga natuurlijk niet zeggen welke kapper het was want dat is niet aardig en eigenlijk was het ook best heel leuk bij deze kutkapper want de klantplacering was: zo dicht mogelijk op elkaar, met enkel een spiegel ertussen. Je hoorde dus alleen de stem van de stakker tegenover je en als je vooroverboog zag je de bij die stem behorende schoenen. 

Eerst zat er een man achter mijn spiegel.

“Ja ik heb nooit een scheiding in het midden hoor, hij vált altijd in het midden en achterop mag het iets korter maar niet te kort hoor, ik wil niet zo’n kale-ouwemannenkop maar dit gaat altijd overeind staan.” Deze meneer leek op van de zenuwen. “Er hoeft echt niet zoveel vanaf, misschien zoiets.”
Ik spiekte onder de kaptafel en daar zag ik Mephisto’s. 

Het spelletje dat ik ging spelen om het wegkijken van mijn kapsters kwaaie gezicht en bovendien het negeren van haar rubberharde en wat nattige buik die bij elke beweging tegen mijn bovenarm schuurde wat draaglijker te maken, was kapsels raden. 

Bij deze Mephistodrager stelde ik me een P.F. Thomése-kapsel voor en wat bleek toen hij opstond: bijna niets was minder waar! Behalve dat het iets minder kroezig was. Ik had bijna gevraagd of hij P.F. was en of zijn haar misschien wat minder welig tierde bij zulke plotse hitte maar ik kon niet praten want ik moest door mijn mond ademen omdat mijn knipster zo verschrikkelijk naar oud polyesterzweet stonk. Ze bonkte bovendien keihard met de achterkant van de borstel op mijn hoofd terwijl ze er iets van een golf mee probeerde te bewerkstelligen, wat niet lukte, waarna ze driftig haarlak begon te spuiten, vooral in mijn gezicht, zodat ik even afgeleid was en niet zag wie er nu tegenover mij had plaatsgenomen.

Ik probeerde inmiddels ook steeds langere perioden helemaal niet meer te ademen om dat oude polyesterzweet - wat ongetwijfeld te maken had met de als flatterend bedoelde strandboulevardhoes die ze droeg - te omzeilen, maar niet ademen is vet moeilijk tussen de föhns op een tropisch hete dag. 

De volgende deelnemer in mijn spelletje bleek een vrouw. Ik zag dat ze zwarte nep-Nike’s droeg en een gemakkelijke broek die bij haar enkels al een beetje begon met spannen. 

“Sjennie is aan het afzwemmen maar ze douwen d'r tegenwoordig A en B tegelijk doorheen dus dat scheelt in de cadeautjes maar ik ben al een week op zoek naar een speciaal etuitje voor Sjen ze wil Topmoddel, Topmoddel is het tegenwoordig helemaal bij die meiden en Sjen wilt per se dat etuitje van die blonde dame met dat mopshondje dus ik alle winkels af dat ding kost vijfendertig eurie ik ben d’r al meer dan een week achterheen maar ze hebben die met dat mopshondje niet. ‘En wat krijg ik dan?’ vraagt Leslie, die moet ook altijd gelijk iets hebben. Wil’tie klei. Blauw en roze. Nou mijn maakt dat niet uit hoor, wordt toch paars haha-uchgeuchggugugggggggg.”
“Wil je het gedroogd of nat?”
“Nee droog ben op de scooter.” 
“Droog met krul?”
“Ja straks pattycenter.”

En ik weet niet wat voor kapsel jullie in je hoofd hadden bij deze mevrouw maar ik zweer je: het klopt PRECIES.