Bermtoerisme

Het was een mooie Pinksterdag in 1955 en nooit eerder kwamen zoveel mensen tegelijkertijd op het idee om een dagje te gaan cruisen met de auto. Daar was het wegennet van Nederland echter niet op berekend, dus langzaam stokte de stroom automobielen en ontstond ter hoogte van Oudenrijn iets wat men in Nederland nog nooit had gezien: een reusachtig lange stoet stilstaande sloepen. De allereerste file!

En geen gevloek of getoeter op die blakende zondag: iedereen vond het weergaloos. En zo lekker modern ook, net als in Amerika!

Het vrolijke nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje en de mensen in omliggende dorpen smeerden gauw een broodje met tevredenheid, sprongen op de fiets en stelden zich langs het knooppunt op om zich te vergapen aan die historische gebeurtenis. Sommigen namen zelfs een stoel mee, en zo ontstond een van mijn lievelingswoorden, het typisch Nederlandse fenomeen ‘bermtoerisme’. Typisch Nederlands, want gratis!

Je kon zelfs een tent opzetten in de berm; bakje Van Nelle erbij, een meegebracht speculaasje, beentjes in de lucht en recreëren maar! De automobilisten zelf deden evengoed mee: als ze een kek bermpje zagen gooiden ze hun auto d’r in om er pontificaal naast te gaan zitten pralen.

Wilden ze dan niet liever van de natuur verderop genieten, het bos of de heide of zoiets? Nee gatver, daar was het al net zo suf en stil als thuis. De berm, die was pas vol reuring! Al gauw zag je overal klapstoeltjes, familietenten, snurkende echtparen en vooral grote hoeveelheden zwerfvuil langs de wegen.

Tien jaar na die allereerste file werd parkeren langs de weg echter verboden en inmiddels is bermtoerisme ook niet zo gezellig meer want nu hebben we Ford Ka’s in plaats van de Fiat 500. En onze lelijke “truttenschudders” sjezen inmiddels ook nog eens dubbel zo hard voorbij én maken een ongekende takkeherrie nu ze met zovelen zijn. Bovendien hebben we tegenwoordig ook gewoon de picknickbankjes van Esso Buunderkamp om te chillen. Met een zak kokindjes en een fles Fanta.