Nooit nippen aan een Blow Job

Ik bestel een champagne-achtige die ik me niet kan veroorloven, maar één glas heus wel houd ik mijzelf voor. Eén glas loeidure wijn komt financieel gezien op hetzelfde neer als heel snel vijf glazen bier drinken, maar dan zonder de bijbehorende kater de volgende dag. Dubbele winst! Of nee enkele winst maar wel winst van het betere soort. Anyway.

Ik doe een minuut of achttien over mijn vijfbier-wijn op het terras, waar ik al gauw vrienden wordt met Yari. Hij en zijn vriend Mateo zijn Rai Uno-acteurs en vragen of ik mee ga blowen. 

Maar natuurlijk. 
En daarna eten. 
De volledige betekenis van het werkwoord eten wordt me vanavond pas duidelijk. Langzaam beginnen, gaandeweg door de verzadigingsbarrière heen breken om vervolgens door te blijven bunkeren, ongeacht wat je voorgeschoteld krijgt. 

Ik doe mijn uiterste best om de spaghetti (gang twaalf) niet te snijden en natuurlijk ziet iedereen dat ik veel te hard mijn best doe om de slierten zo achteloos mogelijk rond mijn vork te draaien. Keihard je best doen op iets wat lukt staat nog stoer of in ieder geval gedisciplineerd, maar je best doen op iets en daar tegelijkertijd glansrijk in falen ziet er net zo treurig uit als een peuterschoentje in een drassige berm.

Na het toetje en de espresso en de donkerpaarse kruidenlikeurtjes gaan we naar een bar waar ze rum in chocoladeglaasjes verkopen en ik vraag me af wat voor vadsige godheid deze Italianen heeft geschapen, wie verzint zoiets na een zevenendertiggangendiner?
Nou: Yari, Mateo en hun Siciliaanse mafiavriend, Silviestro of zoiets.
Alle drankjes hebben een flauwe seksnaam en ik bestel zo onaangedaan mogelijk een 69, een Blow Job, een Orgams en een Boob Job. 
Is it your first time vraagt het meisje achter de bar.
Does it hurt vraag ik haar.

Ze doet voor hoe ik het drankje moet nuttigen: beneden beginnen (net als een haring dus eigenlijk, maar dan een lekkere waar je dronken van wordt bovendien), je hapt de onderkant weg en laat dan de rum met room en alles in je mond glijden. 

Ik neem ook maar de Boob Job van Yari en het Orgasm van Mateo, want zij houden niet van chocola. Nu begrijp ik waarom ze het überhaupt in hun hoofd kregen om hierheen te gaan; dat heeft niets met chocola te maken. Ze komen voor de piano in de hoek van de tent en de fles rum met glázen glaasjes die ze van de eigenaar krijgen. Yari speelt the Smiths en vervolgens een Italiaanse smartlap die Silviestro-of-zoiets uit volle borst meezingt. Dan is er ineens iemand jarig en spelen ze happy birthday in het Italiaans en al gauw zingt de hele tent mee en ik maak er maar een filmpje van om iets te doen te hebben nu iedereen uit volle borst een lied zingt waarvan ik slechts twee woorden begrijp en zelfs die niet mee durf te zingen omdat ik niet weet of het nou tanti of tanto of tanta is… 

We gaan, hup twee drie iedereen slaat zijn glas achterover en veegt zijn mond af en gelukkig is er ook een wasbak in de zaak want ik had de aanwijzingen van het barmeisje in de wind geslagen en mijn laatste Blow Job toch nippend proberen weg te werken waardoor het chocoladeglaasje heel langzaam begon weg te smelten tussen mijn vingers, wat nog niet zo’n ramp was geweest als het niet nét toen ik het ophief om te proosten bezweken was aan de hitte in die overvolle zaak en langzaam doch onverbiddelijk met de rum, de slagroom en zelfs iets nóg kleverigers wat specifiek aan deze Blow Job toebehoorde leegliep in mijn mouw. 

Gij zult niet nippen aan een Blow Job.

We kloppen op een zware metalen deur in een verlaten steegje. Een kleine man (die zijn bescheiden lichaamsoppervlak desalniettemin volledig volgetatoeëerd heeft) steekt zijn hoofd om de hoek en ontspant als hij Yari ziet. 

Binnen is het een soort Silencio (waar ik heus nooit ben geweest maar Google Images en Mulholland Drive wel). De muren zijn smaragdgroen en verspreid over de nisjes zitten zeven gasten die bediend worden door vier barmannen. Iedereen rookt en er wordt geen muziek gedraaid, de stilte valt nog het meest van alles op in deze buitengewoon opmerkelijke tent. Niemand van de gasten lijkt ook écht te praten; ze praten slechts een beetje. Voor dat communiceren tussen zwijgen en praten in zou een woord moeten bestaan. Struven, of zoiets. 

Je paspoort, zegt een barman.
Iemand in een afgeschermd zijkamertje wil mijn paspoort, en wanneer je diep in de nacht in een geheime buitenlandse club dronken aan het worden bent moet je altijd je paspoort aan vreemdengeven heb ik geleerd. 

De barmannen bereiden de drankjes alsof er weliswaar schaars verlichte maar desalniettemin zelfs voor kernfusie nog complexe handelingen verricht moeten worden op die glanzende donkerhouten bar. Ik moet mijn drankbasis doorgeven en zonder aarzelen roep ik wodka.

Ze gaan aan de slag met attributen waar zelfs mijn tandarts nog heb ik jou daar tegen zou zeggen. En rozemarijn. En gedroogde roosjes en gedraaide stalen priemen en ijsklontjes die ook weer weggegooid worden want blijkbaar vormen die gewoon een van de vele onmisbare schakels in de drankchoreografie met als basis wodka. 

Na de eerste slok weet ik zeker dat ik voortaan in ieder etablissement de menukaart zal afslaan om te zeggen: zo lang het maar op wodkabasis is.

Of ik nogmaals hetzelfde drankje wil.
Dat lijkt een uitbundig domme vraag aangezien mijn leven vanaf de eerste slok van dit drankje alleen nog maar tegen zou gaan vallen, maar aan de andere kant: als die eerste verrassing zó goed uitpakte ben ik helemaal nieuwsgierig naar een volgende. Dus offer ik de mogelijkheid tot het nuttigen van het allerbeste ooit op, ten gunste van mijn nieuwsgierigheid. Een beetje het leven.

Ik heb mijn paspoort nog niet terug, terwijl het bereiden van het drankje toch zeker twintig minuten kost en het nuttigen ervan eveneens - puur uit beleefdheid overigens want alles in mijn lichaam schreeuwt ADFUNDUMADFUNDUMADFUNDUM! 
En na het tweede kernfusiedrankje zie ik plots heel duidelijk wat me te doen staat. De fik in dat officiële document dat de houder ervan identificeert als burger van een bepaald land, dat bordeauxrode boekje waar je niet eens aantekeningen in mag maken! Want waar zou ik mogelijkerwijs nog heen willen nu ik mijn wodkabasis heb gevonden?