ontrouw

Ik vind mezelf de laatste tijd niet meer zo leuk als ik gedronken heb, ik bedoel ik vermaak me kostelijk en van mijn drinkebroers ook weinig klachten, maar er lijkt een trend te ontstaan waarbij ik in lijn met de hoeveelheid drankjes steeds onoprechter wordt en zelfs regelrecht ontrouw ben aan alles waar ik de overige 95% van mijn tijd voor sta. Bij één of twee drankjes is er niets aan de hand en komt de gevarenzone niet eens in zicht, maar vanaf drankje drie verspringt er iets in mijn bewustzijn. Eerste teken aan de wand is dat ik dan steevast een pakje sigaretten ga kopen. Ook niet zo cool, maargoed, daar berokken ik alleen mijzelf schade mee (ja ok én mijn moeder een beetje die me ooit nog roze longetjes heeft gegeven) maar daar kan ik voorlopig wel mee leven maar… ongeveer vanaf het moment dat ik die €5,70 in de automaat gooi gaat het bergafwaarts met mijn rechtschapenheid en principes, alsof die vallende muntjes het startsein zijn voor een Total Body TakeOver en voor ik het goed en wel doorheb sta ik in één of andere nachtkroeg mijn waardigheid te bezoedelen en dat heeft niet alléén met de drank te maken maak ik mijzelf dan wijs, het is ook de muziek die mij aanstuurt, het is het donker, het zijn de ijle deuntjes van een Drive-achtige soundtrack die alles omkransen met een aanlokkelijk achteloos fatalisme, het is de grootstedelijke nacht waarin altijd zo veel meer lijkt te kunnen dan gewoon op dinsdagochtend voor het stoplicht en anders verhult dat spannende duister toch wel alle misstappen en dan blaas ik de rook van mijn sigaret uit en zijn mijn gevoelens plots kristalhelder. 
Ik heb er zin in. 
Ik heb er zo ontzettend veel zin in. 
Jezus ik wil het, ik wil het zo snel mogelijk.

Ik vind mezelf zo’n gênant slappe zak maar tegelijk heb ik geen flauw idee hoe ik hier IETS aan kan veranderen. Ja niet meer drinken of in ieder geval nooit meer dan twee glazen als de consequentie daarvan is dat ik keer op keer wankelmoedig of zelfs ontrouw ben en dat heb ik deze zomer inderdaad gedaan, twee maanden zelfs, geen enkele druppel, en dat ging prima; ik werkte íets harder, moest wellicht íets minder vaak luidkeels lachen maar ik deed in ieder geval niets waarvan ik gezworen had het nooit meer te doen. Aan het einde van die twee maanden was ik jarig en deed ik mijzelf een lekkere dronkenschap cadeau en die was spectaculair vrolijk en ook nog eens deugdzaam dus ik was trots als een aap of een pauw of eender welk pedant beest en ging het zo gauw mogelijk nog eens proberen en nog eens en hup zoef daar sjeesde ik die altijd maar glijdende vermaledijde schaal alweer af rechtstreeks naar beneden waar het groezelig is en aantrekkelijk en begeerlijk en verrukkelijk en ik flikte het opnieuw.

Eén keer, hield ik mezelf de volgende ochtend voor, dit was eenmalig, het is heus geen trend, niemand hoeft dit te weten, bijna niemand heeft het gezien, je doet gewoon alsof het absoluut niet gebeurd is en het schaamrood trekt vanzelf wel weer weg en na een week of wat ga je zelf ook geloven dat er nooit iets gebeurd is en dat klopte inderdaad en daardoor werd ik overmoedig want nu dacht ik werkelijk dat ik sterk genoeg was en dronk dus weer een biertje en omdat ik geen rem heb dronk ik er nog wat en de rest laat zich raden en als ik met mijn zondige zwakte nou alleen mijzelf kwaad deed zou ik daar prima mee kunnen leven sterker nog het zelfs toejuichen en waar ik maar kwam prediken want oh hoe weldadig fijn zou het zijn om.… hoe heerlijk… Maar het gaat niet alleen om mijzelf, het gaat om de gruwelijke pijn van andere levende wezens en door die paar flesjes bier meen ik me plots niets meer van hun allesomvattende pijn te hoeven aantrekken en volg ik slechts mijn allerdiepste instinct: lust. Eindeloze, aanzwellende en vervolgens niet meer aflatende hunkering.

Ik zal er niet meer omheen draaien en eerlijk zijn.
Als ik gedronken heb laat ik me leiden door begeerte. Kan het me geen zier wat dat ook moge zijn meer schelen of mensen me zien, kan het me geen snars wat dat ook moge zijn schelen wat ik de volgende dag van mijzelf zal vinden of zelfs de mogelijkheid van betrapt worden door een bekende wimpel ik weg met een bruusk ‘nou en’. 
Afgelopen weekend heb ik het dus weer gedaan. 
Het kwam te dicht in de buurt en het was domweg te lekker. 
Heel zwakjes prevelde ik nog ‘niet doen’ tegen mezelf en volledig onhoorbaar fluisterde ik ‘nee’ tegen de jongen die het voorstelde en ik wist dat er geen enkele weg meer terug was. 

Ik heb een bitterbal gegeten.