gleuf

De woede die ik soms voel tegenover de veel te smalle en vooral veel te hard dichtklappende stalen gleuf van de papierbak is nergens mee te vergelijken. Helemaal als ik daar zoals vanochtend met zo’n onvermoeibaar stijfkartonnen doos al meerdere minuten in de volle zon op het duct tape waar de onderkant van die doos mee is ingezwachteld sta te zweten.
De papierbak staat schuin tegenover mijn huis. Recht tegenover het huis van mijn junkiebuur, waar hij met een wisselende samenstelling vrienden woont. De zon is zo hard en die doos is zo kut dat zelfs Takkie er geen vertrouwen meer in heeft want ze gaat erbij liggen, precies in de cirkel van gemorste drek op het traanplaat rond de naastgelegen afvalcontainer. Haar voorpootje rust op een hard ingedroogde sinaasappelschil en ik ga niet kijken waar haar pelsje op rust want het ruikt naar dood vermengd met de gootsteen van een buffetrestaurant.
Dus fuck die doos. Eerst de rest van mijn papieren. De rekening van mijn tandarts die na anderhalf uur wortelkanalen verzuchtte dat hij eigenlijk wel zin had in een gevulde koek en dat ik toch echt even stil moest blijven liggen want het maakte het er voor hem allemaal niet makkelijker op dat ik mijn naderende nekbreuk wat probeerde te verlichten door mijn hoofd een fractie te draaien. Hij was zo aan het kutten dat het niet één hele, maar twee halve wortelkanaalbehandelingen werden, verdeeld over meerdere uren in meerdere weken, zodat hij ze wel allebei lekker als volledig kon factureren hap slik weg in die hapgrage papiergleuf en gauw vergeten dat dat geld er ooit was.
‘Hee buurvrouw!’ Junkiebuur komt het portiek uitgeslenterd met in zijn hand een halfvolle fles likeur denk ik. Hij komt wel vaker naar buiten als ik net bij de papierbak de slechtste versie van mijzelf sta te zijn. ‘Hoe gaat-ie? Heeeee Soldaatje!’ Hij zet zijn fles neer op het smerige traanplaat en knielt naast Takkie in de drek.
‘Ja, wel oké, met jou?’
‘Kan beter dus, bedoel je?’ negeert hij mijn vraag.
‘Ja, eigenlijk wel.’
‘Maar het kan óók slechter!’
‘Haha, ja, dat dan ook wel weer.’ Ik druk de kranten waar ik alweer niet aan ben toegekomen door het venijnige staal klang klang klang je moet het zo zien te doen dat je de klep met het papier zelf een harde zet geeft zodat het er allemaal in één keer doorheen glijdt; niet te zacht zodat het papier blijft steken maar ook weer niet te hard zodat je het vel van je vingers schraapt wíe heeft dit bedacht? Wát is er mis met een rubberen strip?
‘Je hoeft niets terug te zeggen hoor; ik ga Soldaatje even aaien.’
‘Prima.’ Het is geen likeur, maar een fles olijfolie zie ik nu. “Extra vierge" is nog net op het oliedoordrenkte etiket te lezen. Ik druk het suffe tijdschrift - dat ik in tegenstelling tot al die kranten wel helemaal uit heb gelezen, inclusief de advertorial voor de workshop Mooi Zoals Je Bent waarbij je als je je daarvoor inschrijft voor honderd euro aan make-up cadeau krijgt - met een hele diepe zucht die venijnige gleuf in.
‘Kom maar!’ Junkiebuur springt op en neemt een stapel papier uit mijn handen. Meerdere enveloppen van de Postcode Loterij, die bruinhemden die ondanks mijn NEE/NEE-sticker én al mijn telefoontjes nog steeds iedere week grote geadresseerde enveloppen blijven sturen, de voorkant versierd met full color ballonnetjes en dan zo’n sjiek doorkijkruitje met mijn naam erachter. Ontbossing en mijn eeuwige haat is het enige wat ze hiermee ooit zullen bereiken.
‘Nee joh laat maar.’ Ik probeer mijn stapel post weer over te nemen maar junkiebuur gaat onverstoord verder met helpen. Af en toe houdt hij een verscheurde rekening even omhoog voordat hij het beheerst door de gleuf duwt. 
De boete omdat ik te laat was met het betalen van het eerste kwartaal omzetbelasting.
Twee boetes voor te hard rijden. Allebei op een tachtigkilometerweg en ja tachtig is ook alderbastend moeilijk in te schatten als er niemand voor je rijdt en de snelheidsmeter kapot is. 
De polisvoorwaarden van mijn doorlopende reisverzekering die de enige keer dat ik ooit schade heb geclaimd - namelijk de fiets van mijn tante omdat ik ermee over de kop was geslagen op vakantie en met mijn borstbeen het in de fiets geïntegreerde voorlicht had afgebroken - niet vergoedde omdat ik op het huis van die tante paste en niet in een hotel sliep en als je niet voor je overnachting hebt betaald is het volgens de verzekeringsvoorwaarden geen vakantie.
‘Neeeee serieus kom maar.’ Ik pak de stapel uit zijn handen want ik weet zeker dat er nog veel gênantere paperassen aan zitten te komen. Die papierbak zou een grote walmende papieroven moeten zijn waar je alles direct voor je neus voorgoed weg kunt zien fikken.
‘Écht mooi weer hè?’ zegt junkiebuur en duwt mijn stapel to-do-lijstjes richting Stichting Papier Recycling Nederland. Veel to-do’s zijn nog niet afgestreept maar die vellen lagen al zo lang op mijn bureau dat ik niet eens meer weet wat ik met sommige punten bedoelde. Kratjes? Kratjes wat?
‘Supermooi. Ga je wat leuks doen?’
Hij bukt richting de fles olijfolie en grist hem met zo’n vaart van het smerige traanplaat dat ook Takkie direct rechtop staat. ‘Dit smeren!’ Als Mr. Muscle steekt hij de fles met gestrekte arm naar voren.
‘Smeren?’
‘Ik ga me he-le-maal insmeren! En dan de hele dag in de zon liggen.’
‘Wow.’
‘Ja. Ruik maar.’ De vette opening van de flessenhals drukt al tegen mijn neus en ik moet ineens aan de Groene Meisjes denken of hoe heten die gorgelende gezondheidsbaretten.
‘Ruikt wel eh…. gezond?’
‘Ja! Ik neem ook af en toe een slok.’ Hij lijkt heel content met zijn plan.
‘Oké, oké. Geniet ervan,’ zeg ik daarom maar.
‘Jij ook hè buurvrouw?’ Hij proost de fles olijfolie even in de lucht. ‘En onthouden hè? Het kan ook slechter.’ En weg is-ie weer.

uitstappen

Het is voor het eerst een beetje zomer, dus vertrekt Peter naar IJsland. Samen met Takkie breng ik hem naar Schiphol, om daarna in één keer door te crossen naar het strand.
‘Het lijkt wel alsof de handrem er nog op zit.’ We rijden tachtig.
‘Nee joh.’ Zeventig.
‘Nee zit-ie ook niet, maar het voelt wel zo.’ Zestig.
‘Hoezo stop je?’ Vijftig.
‘Ik stop niet, hij rijdt niet meer.’ Veertig.
‘Dit is niet zo’n handige plek om te stoppen.’ Dertig.
‘Ik stop ook niet, hij rijdt niet meer.’ Twintig.
‘Hoe bedoel je.’ Tien.
‘Dat-ie niet meer rijdt, dát bedoel ik.’ Tuftuftufboemstil. ‘Hier.’ Om het te illustreren haal ik mijn handen van het stuur.
‘Probeer dan even op de vluchtstrook te komen.’
‘Lukt niet.’
‘Starten dan.’
‘Ook niet.’
‘Oh.’
Stilte.
Lachen.
Alarmlichten aanknippen.
We staan precies in de bocht van de afrit naar Schiphol en waarschijnlijk heeft het ook daarmee te maken dat we binnen twintig seconden zijn omsingeld door een gepantserde wagen van de Marechaussee, eentje van de Dienst Speciale Interventies én een busje van de politie. 
‘Waar gaat de reis heen?’ vraagt de Marechaussee met zijn vinger op de trekker van zijn Heckler & Koch.
‘Naar IJsland.’
‘IJs-land?’
Ik knik naar Peter. ‘Of nou ja, híj. Ik wilde hem op het vliegveld afzetten en dan lekker naar het strand. Maar dat is dus nét niet gelukt.’
Nog een politieauto erbij. Blauwe zwaailichten. Oranje zwaailichten.
‘Stap allebei maar even uit de auto dooooooooh wat een leuk hondje! Hoe heet-ie?’
‘Takkie.’
‘Hahahaha Takkie! Heeeej Takkie! Takkietakkietakkie! Nee ho ho ho nooit voor de auto, ga maar even daar achter de vangrail staan. Hoe laat gaat jouw vlucht? Stap maar in dan.’
En hup weg is Peter met zijn ruimbagage, in de gepantserde jeep waar je een raket op kunt afschieten scheurt hij naar de vertrekhal en ik hoop dat ze hem een beetje aardig uitzwaaien met hun semi-automatische wapens. 
Takkie en ik blijven achter in de dertig vierkante centimeter schaduw die het bord Vertrek/Departures op de berm werpt. Geflankeerd door de DSI en de politie en de Marechaussee. 
‘We gaan hem toch even een eindje verder duwen,’ zegt een van de agenten, ‘want dit is te gevaarlijk hier.’
‘Geef dat hondje maar aan mij hoor!’ roept de vrouwelijke Marechaussee. ‘Dan duwt mijn collega je wel even omhoog. Hee Takkie! Hoi Takkie! Wat ben jij lief Takkie!’ Takkie huppelt mee met de Marechaussee terwijl ik het klaarspeel om misschien niet de beste maar in ieder geval wel de grappigste selfie ooit te maken - het had ook nog eens de duurste kunnen zijn als de agent die mij in zijn uppie in de volle zon de vluchtheuvel op aan het duwen is zoals je in de achterruit kunt zien mij de verdiende boete had gegeven voor het hanteren van een telefoon achter het stuur.
Tien minuten later arriveert Remco van de ANWB, gevolgd door een sleepwagen waarvan de bestuurder als ik het goed heb verstaan óók Remco heet.
‘Wat een leuk hondje! Hoe heet-ie?’ vraagt Remco nummer één.
‘Takkie.’
‘Hoi Takkie! Ga jij met ons mee?’
Takkie hangt inmiddels zelfgenoegzaam in de armen van de Marechaussee - ‘ja het stikt hier van de distels dus ik heb d’r maar even opgetild!’
‘Oh daar kan ze wel tegen hoor.’
Demonstratief rukt Takkie zodra ze weer op eigen benen staat een distel uit de grond en knauwt die weg zoals meisjes achterop Citta's hun kauwgom.
Remco 1 weet direct wat er aan de hand is met de auto en dat het neerkomt op slepen geblazen.
Remco 2 duwt mijn auto op de sleepvoet, sjort de wielen vast en ruimt de pionnen op.
‘Wat tof dat jullie zo snel konden komen!’
‘Daar zijn wij voor hè,’ zegt Remco 2. ‘En als je zoals jij precies dáár besluit om pech te krijgen, gaat het nog een tandje sneller allemaal. Dit hele gebied wordt gemonitord, reken maar dat ze nu overal je nummerbord hebben. Ja, jij krijgt zo een bakkie water hoor.’
‘Huh?’ Oh, Takkie natuurlijk.
Remco 2 vertelt onderweg dat hij hele dagen rondrijdt in zijn gele sleepwagen, om de mensen weer op weg te helpen.
‘Maar hoe weet je dan waar je moet rijden?’
‘Ieder heeft zijn eigen gebied, en de regio Amsterdam is voor mij.
‘Rondjes op de ring dus?’
‘Nee, dat komt je na drie keer rond wel de neus uit. Dan pak ik een stukkie A5, en dan weer eens de A8 een stukkie noordwaarts - die vind ik het leukst want daar woonde ik vroeger. Even koffie drinken bij Rijkswaterstaat, of bij het servicecentrum hiero. Kijk uit met uitstappen hoor, want je zult niet de eerste zijn die zo zijn enkel breekt.’ 
Het is bijna twee meter steil omlaag en ik kan Takkie die heeft besloten te springen nog net op tijd uit de lucht vangen.
Ik mag alles te drinken pakken zegt Remco, en als de auto klaar is komen ze me halen. En weg is hij, de weg weer op.
Monter pak ik een Kampioen en een automaatwienermelange en besluit om in plaats van op het strand dan maar gewoon op het parkeerterrein van het ANWB-servicecentrum in Badhoevedorp een beetje bij te bruinen.
Uur één vliegt voorbij en het is grappig om te zien hoeveel auto’s er aangesleept worden. Het is een komen en gaan van Berlingo’s en Mercedessen en kiftende echtparen en paniekerig telefonerende meisjes en zuchtende Poolse bestelbuschauffeurs.
Uur twee is al saaier. Takkie is de lavendelstruik naast de entree aan het uitgraven, dus lopen we maar een zoveelste rondje binnen de rasteromheining. Naar het fietsenhok achter het jaren zeventig-gebouw, waar heel veel goeie werpstokken liggen. Over het heuveltje met paardenbloemen waarvan ik er een stuk of dertig in Takkies gezicht blaas want ze snapt nooit dat het eerst nog een soort van bloem is en dan ineens alleen nog maar een steeltje en het is superleuk om te zien hoe onthutst ze daarbij kijkt. Maar…. misschien is de auto inmiddels allang klaar en kunnen ze me niet vinden hier tussen de paardenbloemen, dus racen we naar de servicebalie om te vragen of hij misschien al klaar is.
‘Heeeee wat schattig hoe heet-ie?’
‘JJ-LD-… oh. Takkie.’
‘Hoi Takkie! Nee, sorry, er is net een stekkertje afgebroken, dus het duurt nu iets langer.’
‘Oké.’
Inmiddels is het etenstijd en gelukkig was ik zo helderziend om een zakje hondenbrokken in mijn tas te proppen. Het nadeel van een zakje hondenbrokken in je tas is naast het feit dat je ze zelf niet kunt eten ook dat je hele tas naar hondenbrokjes gaat ruiken als dat zakje per ongeluk openscheurt. Het voordeel is dat het Takkie niets uitmaakt waar die brokjes vandaan komen en of je ze opdist in een aluminium hondenbakje of op een zwartgeblakerde parkeerplek.
Het enige wat ik zelf zou kunnen eten zijn de zachtzoete Droptoppers van Venco, maar die liggen in het portier.
‘Mag ik misschien even iets uit de auto halen?’ vraag ik weer terug bij de servicebalie.
‘Waar gaat het om?’
‘Een zakje Droptoppers.’
‘Okidokie, dan roep ik de monteur even. Hidde? Kun jij even in…’
‘Linkerportier.’
‘Uit het linkerportier de Droptoppers komen brengen?
Monteur Hidde is er zoals het de ANWB betaamt binnen twee seconden met mijn zakje Droptoppers en zegt dat het dus iets langer duurt vanwege dat stekkertje - neemt ook een Droptopper - het is iets met een ijzerdraad of een stang die ergens doorheen moet of overheen of zoiets. 
Duizelig van de complete zak Droptoppers gaan Takkie en ik dan het vierde uur wachten in. Ik ken de Kampioen inmiddels uit mijn hoofd en wil nu wel echt heel erg graag naar huis of op fietsvakantie naar de Loosdrechtse Plassen voor €59 met ledenkorting ook prima. Takkie vindt het gelukkig nog steeds te gek. Ze heeft geplast achter het fietsenhok en een nieuw deel van de lavendelplant naast de ingang uitgegraven én gespeeld met drie sleepwagenchauffeurs en dat was het allerallerallerbeste ooit.
Eindelijk is er dan een monteur die keihard ‘Mevrouw van der Haaaahaaaaaar’ over het parkeerterrein brult. ‘Ja ik begrijp dat u hier lekker ligt te genieten,’ zegt hij terwijl ik de zongedroogde aarde van mijn benen sla, ‘maar uw auto is klaar!’
Nooit zo blij geweest om in een walmend hete auto te kunnen stappen en nét als ik plankgas weg wil rijden zie ik dat het rechterraampje open is. En het rechterraampje is het enige nadeel van deze auto, omdat het niet open kan. Of het kan eigenlijk prima open, maar dan gaat het dus nooit meer dicht shitkutfuck.
Motor weer uit slippers weer aan terugrennen naar de servicebalie halverwege toch omdraaien en terugrennen naar de auto om Takkie eruit te bevrijden want het is zo heet dat ze in tien minuten dood zou zijn slippers toch maar lekker uit en samen met Takkie op blote voeten terugrennen naar de servicebalie. ‘Mijn rechterraam staat open.’
‘Ja?’
‘En dat kan niet, want die is stuk.’
Enfin. Opnieuw één uur, één monteur op het binnenportier kloppend, één monteur met een schroevendraaier in de raamsleuf peurend en één onvermoeibaar stokkengooiende monteur later zit het raam eindelijk dicht en kunnen we weg, om een fortuin, een halve dag en bovendien mijn twee lievelingsslippers armer maar toch maar mooi twee tinten bruiner thuis te komen.

glorie

Met de klok mee: een leuke collage van mijn meest glorieuze momenten in de afgelopen 72 uur!

DONDERDAG
Bevangen door de eerste lentedagen naar het tuincentrum gefietst voor een krat vrolijke balkonbloempjes. 
Drie nachtvorsten later: allemaal dood.

VRIJDAG
Waar doet het pijn? 
Overal. 
Doet dit pijn? De tandarts drukt zijn vinger naast mijn oog.
Ja. 
Dit? Vinger tegen mijn slaap.
Ja. 
Ga maar even liggen. 
Oké. 
Doet dit ook pijn? Vinger in mijn mond.
Wa. 
Dit? Achter in mijn mond.
Wa. 
Nog steeds? 
Waaaaaa. 
Godallejezus, jij hebt geen geluk. O? Je kaakbot is ontwricht. O. En je verstandskiezen groeien he-le-maal verkeerd. O wee! Maar die zijn de minste van je problemen. O. Voel je dit? Wa. Dan gaat dit even flink pijn doen. O-é. En voel je dit? Wa. Hier moeten we onmiddellijk wat aan doen. Je kauwspier is overbelast. O? En je bijholten zitten verstopt, dat zorgt voor nog meer druk. O. En daardoor heb je dus een kaakontsteking. O! En je hebt een joekel van een gat in je kies Saar kom eens kijken! Dit gebeurt er dus als je echt hard knarst. Even je mond iets verder open nu. O-é. Dit ga je weer voelen hoor. O-é. Iets verder open nog, dit hier is chloor dat wil je niet in je keel. Wee. Jij hebt vroeger een beugeltje gehad, nietwaar? Wa. Dat was dan mooi prutswerk. O. Niet schrikken hoor, het is een beetje een bloedbad aan het worden. Wa-woe-u-ang? Wablief? Wat doet u dan? Spoedwortelkanaaltje. WAWWE?!?! Zeg je afspraken voor vandaag maar af. Maa….. De klem Saar! Nu nu nu! Ja hup sneller een beetje Saar oh jee… ja oké nouja goed. Volgende week gaan we verder. Weddew?!?!!! Wablief? Vérder?!?!!! Jazeker want we zijn nog maar net begonnen, rooster d’r maar een paar uur voor vrij. Gaan we gelijk een knarsplaatje voor je aanmeten. Oh en probeer je kauwmomenten tot anderhalf uur per dag te beperken ja oké nou toppie de rekening komt gewoon automatisch naar je toe doe-hoeiiiiiiii!

MAANDAG
Takkie één uurtje bos beloofd, als lunchpauze-uitje.
Eerste tussenstop: fwumpumpupummmmmpfffffffft auto dood. 
Heel veel uren later, heel veel euro’s armer: wegenwachtgeel op mijn netvlies, nul bomen.

VANOCHTEND
Fiets voor CS geparkeerd, trein naar Den Bosch gepakt. Werk gedaan, Bossche Bol gekocht bij de enige echte Jan de Groot en amper vier uurtjes later weer op het zonnige CS. Fiets weg. Maar….. de zon schijnt en zelfs de goden zijn vrolijk want fietslief staat gewoon nog naast me, weliswaar op de vrachtwagen van de handhavingsnazi’s maar ik kan hem nog aanraken! Dolblij naar één van die fietsmasochisten met zijn slijptol gehuppeld: heeeee wat grappig, die daar is de mijne, net op tijd gelukkig, mag ik hem pakken? Nee. Hoezo niet? Dat kan niet. Dat kan heus wel want dit is hem gewoon (Bossche bol vast in mijn mandje). Mevrouw u mag niet aan de fietsen zitten. Maar dit is mijn eigen fiets! Maakt niet uit. Wilt u hem dan voor me pakken? Nee. Waarom niet? Dat mag alleen als het de laatste in de rij is. Maar het is de twee na laatste! Ja dus mag het niet. Pak ik hem zelf wel. Mag ook niet. Waarom niet? Verzekeringen. Ik geef jou niet de schuld als ik mijn enkel breek echt beloofd. Toch gaat het niet gebeuren. En nu? Over een paar uur kun je hem ophalen bij het fietsdepot. Neeeeeeeeee niet het fietsdepot neeeeeee hij stond gewoon netjes in het rek! Ja dat is dan pech. Doe het dan voor mijn hondje! …… Die is al vier uur alleen thuis! ……. Ze heet Takkie! ……. Meneer!!! Boem klep dicht motor aan vrachtwagen weg mét mijn fiets én de enige echte Bossche bol van Jan de Groot verdomme.

Takkie lopend opgehaald en besloten om maar naar dat godvergeten fietsdepot duizend kilometer verderop te gaan joggen omdat er geen enkele andere manier is daar te komen. En ook om mijn woede alvast een beetje kwijt te raken en niet een van die kansloze bloedhonden daar uit te gaan schelden want die kunnen er natuurlijk ook niets aan doen dat ze van de duizendmiljoen mogelijke plekken op de arbeidsmarkt juist die bij dat sadistendepot hebben uitgekozen én ook omdat het een hartstikke mooie dag is die een paar bruinhemden met een slijptol niet zullen verpesten.

Bij de balie als een boer met vet veel kiespijn geglimlacht naar de nazi achter haar nazicomputer dat ik mijn fiets terug wil. 
Merk? 
Weet niet, gewoon groen en supermooi. 
Waar is-ie meegenomen? 
Pal voor mijn neus! Net! 
Is het dees hier op de foto? 
Ja! 
Loop maar met hem mee. 

De jongen die mijn fiets pakt weet niet hoeveel fietsen ze hier per dag binnenslepen. Boeit hem ook niks aan zijn schouders te zien. Een van zijn zeventien collega’s in de loods waar allemaal rode vlaggen wapperen met daarop de drie kruisen van Amsterdam gevolgd door een hartje en daarachter een pictogram van een fiets weet het wel: minstens vijfhonderd. CAN YOU FEEL IT staat er op een groot neongeel bord achter hem aan de muur. 
Hee, mijn wiel loopt ineens aan! Ja, pech. Hoezo pech? Gewoon, pech. En waar is die Bossche bol gebleven die net nog in het mandje lag? Die watte? Een gebakje in een wit doosje? Ja, ook pech. En nu? Nu moet u wachten. Waarop? Tot de fiets uit het computersysteem is, dat is dan €22,50 asteblief. Huhsorrywat? Tweeëntwintig vijftig asteblief. Dus ik moet nu betalen? Hm-mm. Voor mijn eigen fiets? Hm-mm. Die jullie kapot hebben gemaakt? Waar ik al vier uur achteraan ren zonder de enige echte Bossche bol van Jan de Groot als beloning? Hm-mm. Ja Dikke Harry voor je, hier met die fiets. 

Mevrouw! Maar dit kan niet!
Moet je opletten.
Niet wegfietsen! Hier blijven!
Doe-hoeiiiiii. 
Mevrouw! Mevrouw mevrouw mevrouuuuuuuw u moet betalen!!!!! Dit wordt gefilmd hoor! 
Hopelijk staat die middelvinger er dan goed op.

mysterieknop

Ik heb een avontuur gekocht namelijk een oude auto! Hij is inmiddels één dag in mijn bezit en rijdt nog steeds dus nu ben ik behoorlijk trots want ik heb de bezichtiging helemaal in m’n uppie gedaan. 
Je moet vanaf de weg een zandpad op, dat was de routebeschrijving want het adres waar de auto stond had niet echt een adres. En dan afslaan bij de drie groene bakken.
Na inderdaad drie groene bakken kwam ik op een boerenschurenerf met één gigantische oude stal waarvan de luiken dicht zaten maar waar wel dikke pluimen rook uit de schoorsteen naar buiten stampten. Binnen klonk een kettingzaag. Tegenover de schuren was een boerderij met twee woonhelften, de achterste stond leeg en omdat er nergens een toegangsdeur was en er ook niemand stopte met kettingzagen toen ik ‘hallo’ riep en op het luik klopte, belde ik aan bij het bewoonde gedeelte. Het was een uur of twee en de jongen die opendeed zag eruit alsof hij uit een enorm diepe slaap kwam.
Hoi ik kom voor de auto! zei ik, en hij antwoordde ook alsof hij uit een enorm diepe slaap kwam: wumpf?
De auto? zei ik daarom, en de jongen schudde verbaasd zijn hoofd en zei: English please, I’m Polish. Net toen ook ik verbaasd mijn hoofd schudde want we hadden toch echt in het Nederlands gemaild over onze afspraak, kwam de echte verkoper het erf op. 
Mijn auto stond één schuur verderop en toen de verkoper de motorkap opendeed zei ik ja top want het zag er precies zo uit als ik verwachtte namelijk moeilijk. Om te laten zien dat ik wist wat ik deed schopte ik nog een paar keer tegen het voorwiel. Alleen was ik vergeten om mijn hand even tegen de uitlaat te leggen zoals een autovriend me geïnstrueerd had voor het proefritje, maar omdat de auto in een afgesloten schuur stond geloofde ik wel dat hij niet was voorgegloeid. Bovendien vertrouwde ik de verkoper volledig omdat Takkie direct tegen hem aan ging zitten met haar oogjes dicht.
Vlak voor deze afspraak, ongeveer twintig meter voor de drie groene bakken, had ik die vriend trouwens nog een keer gebeld om te vragen wat nou eigenlijk normaal is bij een proefrit. Een uur wegblijven, vijf minuten, ga je een blokje om, de snelweg op? 
Gewoon alle snelheden even doen zei hij, onderweg goed luisteren, op een rustig weggetje even vol op de rem et cetera. Maar voor ik ook maar een meter had gereden was ik al verkocht. Want links onder het stuur zit een mysterieuze knop waarvan niemand weet waar die voor dient. Zelfs de verkoper, nota bene bestuurslid van de fanclub en die bovendien tientallen van dit soort auto’s renoveerde, snapte niet met welk doel die oranje knop erin gemonteerd was.
Toen ik er gisteren mee naar huis reed - een uur na het op naam zetten - begon het avontuur gelijk al. Verguld door de luxe van elektrische raampjes deed ik ze op de A2 open en weer dicht en weer open en weer dicht en weer open en toen ging de rechter niet meer dicht. Precies op dat moment begon het te sneeuwen. Het was kwart over vijf toen ik op een parkeerhaven naast de weilanden het dichtstbijzijnde garagebedrijf Googelde om te vragen of ik nog even langs kon komen met een soort van probleempje en de man die opnam zei: langskomen kan altijd. Dat-ie niets kon beloven, zei diezelfde man toen ik op een industrieterrein in Kockengen paarskleumend uitstapte en hij ramde een paar keer hard op de binnendeur en toen schoof het raampje keurig omhoog. Ik vroeg of híj misschien wist waar dat oranje knopje voor kon dienen, maar ook hij had geen flauw idee en nu vind ik de auto dus nóg veel leuker. Er gebeurt nog steeds niets als je erop drukt, ook niet als je dat honderd keer doet, ook niet tijdens het rijden. Maar misschien zometeen wel, onderweg naar het bos met Takkie, dus als ik nooit meer terugkom heb ik waarschijnlijk precies vaak genoeg op dat knopje gedrukt doeiiiiiii

poehoehoep

Oké is er iemand die in het bos woont of aan de rand van een uitgestrekt heidegebied (Dwingelderveld, Veluwezoom, Schoorls duingebied, ik noem maar wat…) die per direct definitieve huizenruil met mij wil doen? In de aanbieding: een mooie lichte woning aan het Rembrandtpark, een prachtig stadspark waar je iedere dag dit soort kaktaferelen aantreft. Dat is hartstikke leuk voor als je bijvoorbeeld een hond hebt want die vinden kak het einde. Zo heeft Takkie net - ook nog uitgerekend op de dag waarvan ik al weken wist dat het echt de allerallerallerlaatste was om mijn boek door te kunnen lopen - minstens vier grote happen van deze homp kak zien weg te schrokken voordat ik door de modder hollend bij haar was om de riem naar haar hoofd te smijten (die vervolgens naast het gebruikte wc-papiertje op de achtergrond van deze foto belandde - wc-papier is vaak de indicator voor een menselijke en dus vaak geïntoxiceerde buitenpoeper). Dat het vier happen waren dacht ik al aan de peristaltische beweging die haar lijfje vier keer achter elkaar maakte te kunnen zien, maar als je inzoomt op de homp op deze foto kun je dat ook herleiden aan de vier afgeplatte happlekken (Ja ik heb een foto van een drol genomen. Dat is relaxter om op in te zoomen dan boven de drol zelf te gaan hangen om hem op vreetsporen te inspecteren). De dierenarts gaf me over de telefoon het onmogelijke advies dat ik zelf de afweging moest maken: goed aankijken of haar pupillen de komende twee uur groot worden en ze zich stoned gaat gedragen, of voor de zekerheid toch langskomen om haar te laten braken met apomorfine, een paardenmiddel waar ze sowieso beroerd van zal worden. Dus in plaats van mijn boek nu echt definitief in te leveren race ik iedere vijf minuten naar dat kloterige kutmandje om heel diep in de ogen van die vieze gore kaktakkie te kijken met het besef dat ik het toch onmogelijk over mijn hart kan verkrijgen om met de haat die ik voel in die oogjes te turen omdat ze dus over twee uur evengoed dood zou kunnen zijn en ik niet wil dat haar laatste uurtjes met haat gevuld zijn. Maar glimlachen naar die strontogen lukt ook niet echt.
Dus, heeft er iemand zo’n huisje in het bos voor ons, ver van junkenpoep en drugskots, waar we liefst vandaag nog in kunnen? Please? Of kent iemand iemand bij het junkenaanspreekpunt? Kun je dan vragen of die lui voortaan net als hondenbezitters gewoon een simpel poepzakje meenemen als ze het park in gaan om daar te gaan zitten kakken? Die zakjes kun je voor €1,98 bij de dierenwinkel kopen en dan heb je er driehonderd en zeg er dan gelijk maar bij dat ik met liefde voor alle Amsterdamse parkpoepschijtschijtschijtjunks een jaarvoorraad wil aanschaffen maar please please please STOP hiermee!
Oh en als er iemand is die een klein oranje hondje wil adopteren? Ze is gratis af te halen en dan krijg je er ook nog een zak biobrokjes, zevenendertig speeltjes en een mandje bij. Kijken is meenemen - weg is weg pech is pech - de beller is sneller - helemaal klaar d’r mee